Posts tonen met het label Antwerpen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Antwerpen. Alle posts tonen

zondag 17 januari 2021

Drei köninge: Antwaarpse folkore: drie koningen

 

Voilà c'est! De karstmis is weeral opgevouwen want 't is den 6-den januari, Drei Köninge. 
In Antwerpen gingen we zo'n 50 jaar geleden bij de buren aanbellen. Geen "belleketrek" maar om te zingen.  Altijd verkleed. Hoewel het meestal meer "aangestoten van de kapel" leek: vaders te grote frak, een tafelkleed om de nek èn een kartonnen kroon die met een beetje geluk met wat zilverpapier beplakt was en een schoon staar oep nen beurstelsteel. En dan zongen wij :

Drei köninge, drei köninge, geeft mij nen nieuwen hoed;
Mijnen ouwe is verslete,
Mijn moeder mag het nie wete,
Mijn vader heeft het geld,
Op den rooster geteld.

En dan was het hopen dat madam van boven haren portemonnee in de zak van haar voorschoot had en ons een Frankske gaf.  Dikwijls kregen we een bolleke van nen "twaalfenhalf", dat was wel het minste.  En als we dan uitgezongen waren werden op de tafel de zakken binnenstebuiten gedraaid en was het tellen en verdelen geblazen.  :)

Vertaling en verklaringen: 
Karstmis = de kerstdagen, letterlijk de kerstmis
 Opgevouwen = beëindigd ; 
belleketrek = aanbellen en wegrennen ; 
aangestoten van de kapel = letterlijk: aangekleed door de kerkelijke armen bedeling , fig. vaak te grote en/of niet bijeen passende kleren ; 
frak = jas ; 
tafelkleed = tafellaken ; 
zilverpapier = aluminiumfolie ; 
Staar = ster
Beurstelsteel = bezemsteel
Rooster (op de rooster geteld) het telraam
Voorschoot = schort
een bolleke = een snoepje ; 

een twaalfenhalf =  in België  was er van 1926-44 de Belga als munteenheid die aanvankelijk gekoppeld was aan de Luxemburgse Frank 4=1 Op zich was 1 Belga weer gelijk met 5 Bel Fr.  Het is heel ingewikkeld maar tijdens de oorlog ontstond het begrip "twaalf en half" voor 25 centiem maar dat weer te maken met de ook gebruikte Reichsmark.  Na de oorlog verviel de Belga maar de 25 centiemen frank munt werd in die tijd nog altijd "een 12 en half" genoemd. Tot eind zestiger jaren waren het joekels zo groot als een Nederlandse rijksdaalder met een gat in het midden. Geslagen in nikkel met een A van Albert 1 of, grijs-groen in zinklegering uit de (na) oorlogsjaren. (De eerste 3 in foto)  
http://nl.wikipedia.org/wiki/Belga_(munteenheid)

Die drie koningen folklore bestaat dus nog steeds! :)  Zie artikel in De Gazet van Antwerpen vandaag waaruit de foto bovenaan staat. :) 
http://www.gva.be/antwerpen/drie-koningen-zingen-voor-snoep.aspx 


donderdag 18 september 2014

Garçon Nanke De Leeuw gaat naar de Congo (deel 1) ( met de Albertville5 van de Compagnie Maritime Belge! Rond 1930-33)

Mijn vader Fernand, als jongen Nanke genoemd, heeft bijna zijn hele leven als kelner en barman gewerkt. Letterlijk als debarasseur van 14 - 15 jaar begonnen - waar hij de kneepjes van het afruimen leerde en het bedienen afkeek.  In die jaren, 1925 +, werd je als "petit" of piccolo in de bediening bijna als slaafje behandeld en dito betaald.  Maar, als er een maître was die wat in je zag als Garçon, werd je wèl het vak aangeleerd.  Streng, maar wel kundig.  Want afruimen in een chique hotel of restaurant deed je niet zomaar! En natuurlijk was en is serveren en zeker uitserveren en fileren van bijvoorbeeld vis aan tafel al helemaal niet iets dat je zomaar even doet.
Maar toen hij dacht het allemaal wel te weten en wat meer wilde verdienen, viel zijn oog op een advertentie in de etalage van de CMB (toen nog net CBMCongo) op de Meir in Antwerpen. Uiteraard in het Frans : "gezocht: volwaardig opgeleide restaurant garçons met getuigschriften voor ons schip Albertville V."  Als Bruxellaire sprak hij onberispelijk Frans, natuurlijk ook Schoon Vlaams èn, dat was een pré, ook nog "ein bisschen Tischen Deutsch". Oftewel: hij kon de Franse  menukaart zowel in Vlaams als in Duits vertalen en kon Genau richtig auf Deutsch de gasten bedienen.  Het salaris was maar liefst 2,5x zoveel dat hij toen verdiende.  Nadeel was wel 6 weken weg, 6 weken vrij of gelijk de volgende dag weer 6 weken weg.  Groot voordeel was natuurlijk dat op dat schip geen geld uitgegeven kon of moest worden en het dus elke 6 weken bij aankomst een flinke spaarpot was. Het idee ook iets van de Congo te zien behalve die zwarte mannekes die kwamen lossen laden was een vergissing.  Want die twee dagen in - jawel, Leopoldville - was het aan boord ook voor de garçons, de hele dag aanpakken en werken geblazen.  Maar toch, 's avonds mocht men een paar uurtjes van boord om even de manlijke driften voor nog geen halven Belga * kwijt te kunnen en nogmaals, het was nen schonen spaarpot!  Dus... Op 28 augustus 1930 zij de stoomboot toeeeeeeeet, toet, toet, de touwen los en de kaai dreef weg! :)


Maar dan begint het!  Instructies om te bedienen, af te ruimen, mise en place en heel de "ordre de service" in de kombuis, de salon à manager, leken nauwelijks op wat hij kon, kende en wist. :D  "Allez, het was zo precies of dat we in een circusschool zaten! We moesten leren om op één been staande en het andere been in de lucht te serveren en af te ruimen? Jazeker! En bon, ik was goed in de gymenas geweest, dus dat viel wel mee, dat had ik letterlijk als eerste van de nieuwelingen subiet onder de knie.  Ja, dat kwam omdat we op zee zelfs met kalme wateren moesten rekenen met het stampen of rollen van den boot! Dat is het in de lengte op en neer gaan, dus stampen, of van links naar rechts over en weer wiegen, dus rollen, van het schip tijdens le service. Tiens?"  Nee daar had hij nooit aan gedacht.  En ook in de kombuis waar dat ge alleen al amper je kont kon keren, moest er met 8 man tegelijk - terwijl de "bufsteaks" door de lucht vlogen als pannenkoeken om te keren - zowel de uitgaande talloren (borden) plats (schotels) of terrines altijd "exactement horizontale" hoog in de lucht, met voorrang maar wel tegelijk met de afgeruimde talloren op borsthoogte zien te kruisen, voorbij te tippelen of onderdoor te kruipen.  "Bij de eerste oefening, we waren nog geeneens bij Vlissingen, vlogen de soepterrines, plateautjes en wijnglazen al door de salon à manger! :D "  Gelukkig was alles leeg en de plateaus van innox die al fameus als oefenmateriaal geblutst waren.  Maar, oefening baart kunst, en de maître verzekerde ons dat rennen met lege schalen hoog boven uwen kop moeilijker is dan met volle om ze in balance te houden.  Dat klonk al als een opluchting. "D'ailleurs," verzekerde de maître ons, de nieuwelingen zouden de eerste diners en souppés niet met soep en zo geoccupeerd worden.  Toch was dàt nu juist een foute training!  Want op de Schelde, het kanaal en ter hoogte van Bordeaux was er geen rimpelje op het water te zien.  Maar toen wij, de nieuwelingen, met de soepterrine moesten uitserveren voorbij de golf van Biscaye, klonk het "toeeet-tut-tut" (of zo) uit de stoomfluit en riep de maître "sluit de patrijspoorten!" (dat zijn die ronde raampjes) Behalve de opdracht was dat ook een waarschuwing dat het schip in heftiger water zou komen.  En ja, je voelde gelijk het schip deinen. De poorten waren nog niet gesloten of het klonk al van "Klang-boing-boooooooooooinggg" in de kombuis waar een deksel niet zoals het hoort gezekerd was.  De passagiers kwamen binnen en werden weer in hun fauteuils aangeschoven en terwijl het eerste glas wijn al omging en madame la baronesse met een gilletje opsprong en het halve tafelkleed meetrok, bedacht ik : "Amaai, dat gaat hier nog wat worden subiet!" Maar het glas was gelukkig alleen maar in de soeptalloor terecht gekomen en door haar reflex niet in haar decoleté waar dat ge overigens niet neffens kon zien! Maar nog voor het soepbord vervangen was probeerde in de andere rij een jonge man uit zijn fauteuil op staan, zijn servet te grijpen en stamelde:  "ooh, amaai, ik geluuf da'k nie guu gaan worden..."  en spoedde zich naar "Les Lavatoires Hommes" alwaar hij ruim een half uur verbleef alvoor hij door de Stuart, de tafelgenoot  en een hulpje naar zijn kajuit gebracht werd. Een ding was zeker; dien Ghaanteneer (Gent) was zeeziek geworden van 3-4 stampen.  Want tijdens die eerste hilariteit was de zee weer zo glad als een spiegel geworden.  Afgezien van het ongerief, wisten we al bijna exact wie wie was en waar vandaan. Madame de baronesse had een 30 jarige tafel- en hut-genoot die aangezien werd als haar zoon, maar tot ieders verbazing haar niet met maman maar in haar oor met "chouchou" of "chouke" aansprak. Naast hem zat een eveneens pakweg 30 jarige die Duits sprak of misschien Letzeburgs en constant als nen tique-nerveu op zijn horloge keek.  Heel toepasselijk droeg hij altijd nen "Titz" hoewel dat in Antwerpen alweer lang uit de mode was. Maar toch, Maurice Chevalier moest nog vanwege dien Titz wereldberoemd worden.  De twee konden het goed met elkaar vinden en dus gingen de conversaties voornamelijk tussen hen twee met van tijd tot tijd naar rechts gedraaid de baronesse vragend: ."N'est pas chouchou?"
Of de baronesse het allemaal koud liet of niet, na drie dagen was het al wel "Garçon Fernand,..." Om het minste of geringste moest Fernand even komen.  En hoewel mijn vader altijd de horeca hoffelijkheid zelf was, kon hij bij wijze van spreken na 5 weken haren nek omdraaien. Elke keer weer, was haar soep opgeschept - "Ah, encore Un tout petit peut.... Oh stope, assez, Merci!" en als hij van de volgende naar de daaropvolgende wilde klonk het wéér:  "Fernand, garçon, garçon!" en wenkte zij om terug te komen.  Dat alleen al was een ramp want tussen de twee rijen tafels was net ruimte voor 1 garçon terwijl ze met zijn tweeën tegelijk, elk zijn rij, moesten uitserveren. Daarbij was het dus goed op elkaar letten, zelfs meeluisteren naar de rij achter je om niet op elkaars hielen te trappen als er oponthoud ontstond omdat de passagier iets vroeg. Maar de instructies waren duidelijk: natuurlijk moesten de passagiers antwoord op vragen krijgen, maar het uitserveren moest wel snel doorgaan omdat anders de laatste een koude hap zou krijgen.  Na een paar keer werd er afgesproken dat den Stan vóór zou lopen zodat als de baronesse naar Nanke zou roepen, ze niet onder de benen door of zo elkaar moesten kruisen in dat smalle pad.  Dat neemt niet weg dat het toch telkens weer raak was. De baronesse wachtte tot haar "amant" en den Duits uitgeklatscht waren en van de soupe geproefd hadden om dan iets aan hem te vragen waar hij chouke niet op kon antwoorden en er dus "garçon Fernand" geroepen werd. "Dites moi, ce sont quant même pas des crevettes, non?" Want ze was vergeten te vertellen dat ze allergisch voor garnalen is.  Of gewoon, "wat zijn die groene dingen, zijn dat erwtjes? Ah, ik ben dol op erwtjes!"

Na twee-drie weken kende iedereen aan boord iedereen.  Kompleet met schattige, irritante, onuitstaanbare of "eigenlijk geheime" eigenschappen.  En wat wil je na 6 weken op zo'n boot? Je kan er niet effen tussen uit. Dus amoureuze affaires, jaloezie tot moordneigingen, al het menselijke ontstond er op zo'n bootreis. Ook onder de bemanning dreigden er soms conflicten. Maar die werden via-via door de kapitein snel de kop ingedrukt!  Heel simpel, je werd dan bij de eerste tussenstop onbetaald van boord gezet en kon je het maar uitzoeken!  Al bij de eerste tocht gebeurde dat.  Een bemaningslid werd letterlijk in Goma van boord gesmeten. Niet in het water maar met een zweefvlucht op de kaai, plat op zijn bakkes. :D  dat zou voor problemen kunnen zorgen denk je?  Nee hoor!  Want in Goma stond iemand smekend om terug te mogen, die was 6 of 12 weken daarvoor van boord gegooid.  En dat gebeurde ook bij mijn vader's tweede reis: er werd iemand van boord gezet en die van vorige reis kon mee terug. :D niet zeker weten, maar waarschijnlijk voor half geld.  Zo ging dat toen nog!

Bij het naderen van de evenaar steeg de temperatur aan boord, de luchttemperatuur dus, met het uur.  Zelfs 's nachts met forse wind leek het alsof je in een hete lucht kannon stond. In die tijd bestond er niet zoiets als airconditioning. Wel waren er ventilatoren, handwaaiers en dergelijke die dus alleen warme tot hete lucht verplaatsen.  Maar toch, het was het idee dat het iets hielp.  Op een avond laat, lang na het soupé van 11 uur werd er op de deur van de kajuit geklopt. "Nanke, Nanke?" Mijn vader werd inmiddels zelfs door de baronesse Nanke I.p.v. Fernand genoemd. Ze deelden met zijn vieren de kajuit en de onderligger - mijn vader was de bovenligger - ging kijken. "Hela, Nanke, 't is de barones die u moet hebben, ''t schijnt "important" te zijn!" Ja, dat had hij ook gehoord en kwam dus van zijn brits af om te informeren wat er aan de hand was.  Of hij soms wist waar Jules uithing??? (Ja, dat was die al dan niet echte zoon van haar die het met dien "Alphonse" zoals la baronesse het op zijn Frans uitsprak, die Duitser uit Luxembourg goed kon vinden.)  
Ze had al heel het schip afgezocht en hij was "nieveranst, mais nulle-part" te vinden! "Ah, mais non!" Ze was niet naar le capitaine geweest, dat zou direct een hoop ambras geven!  Of hij even wilde helpen met zoeken want met die hitte, ze zou "bijkanst van mijnen tout-entier" vallen.  In de afgelopen dagen had mijn vader al opgemerkt dat de baronesse wel degelijk Vlaams èn Duits verstond al had ze dat die eerste drie weken volkomen genegeerd en zelfs ontkent. Uit de kajuit klonken er ingehouden lachjes en onderlinge komentaren in de zin van "Nanke gaat vannacht op een goei wei zitten!" :D en "ja, gelijk de meneer Jules mê de Titz! :D "  En hoewel mijn vader "wel droog achter zijn oren was", was hij van die toespelingen en vooral over Jules en den Titz in verwarring gebracht. Maar bon, hij wilde wel is gaan zien op het dek en in den salon alvorens naar de kapitein te gaan. Want het was ten strengste verboden voor hem om in de gang van de passagiershutten te komen.  Er was wel een soort van roomservice, maar dáár was Gilbert voor.  Naar verluid verdiende Gilbert een heel aardig zakcentje bij met zijn roomservice hoewel hij voornamelijk scotch bij heren kwam brengen.  Maar dat waren natuurlijk allemaal roddels. Tenminste, hij was altijd alleen en vertelde nooit iets. 
Op het achterdek aangekomen na een stijle trap zagen ze Jules en den Titz liggen. Op het eerste gezicht met "een fameus stuk in hun botten".  De fles Dimple lag op zijn derde zijkant op een servet terwijl 2 old fashioned glazen met het rollen van het schip van bak- naar stuurboord over het achterdek gleden. "Ooooh, mon dieu!" slaakte de baronesse, "die zijn zo zat gelijk iet!" Ze stond op de laatste tree en mijn vader een tree of 3 lager. "Ooooh, mon dieu..... Mor? Nondedju zeg, wa zen die der na aan het doeng???" klonk het plots in onvervalst Antwerps. Ze zette haar voet op het dek, slaakte weer een "Oooooh, o godverdoemme! Dien vetzak!" In onvervalst Antwaarps uit, om dan weer "Oh, Nanke, Tiens moi, je fainte, ik val van menzelvenst, houd mij vast, houdt mij vast!" Uit te slaken. Mijn vader riep terug: "Jamaar, ik staan achter u op den trap, houdt uw eigen vast hé, ik kan niks doen zenne!" Alsof ze door een bij gestoken was, waaide ze heel heftig met haren echten Spaansen eventaille, waaier dus, die met grote vaart uit hand vloog en met een grote boog, net langs mijn vader, plons, over stuurboord in het nachtelijk duister van de zee terecht kwam en, als een gevallen blad in een plas, rondtollend langs het schip afdreef om dan plots, als een waterschildpad, kopje onder, in de glinsterende golfjes te verdwijnen.  Maar ondertussen stond mijn vader met een hand zich aan de reling vasthoudend en met de andere hand de baronesse tegen te houden. "Jamaar zeg is," vertelde mijn vader, "dat was geen danseuzeke van 50 kilo zenne; ik dacht dat ik het niet zo overleven als zij, bovenop mij, van dien trap had doen afstuiken!" Maar net toen de waaier, door hen nagestaard, door de zee verzwolgen werd, klonk het vanaf het achtereind : "Chouke, zijde gij dat? Wat gooide gij nu over boord?" De twee zaten half rechtop, Jules starend richting trap en den Titz half voorover hangend en net verstaanbaar met driedubbel geslagen tong : "jowol Jüüles.... Ick liebe dich... Du, du... Nur du... Komm nok ein whiiiskeu, ein nok..."  De barones stond als verstijfd een paar seconden met één voet op het dek, zette haar voet terug, wachtte nog een paar seconden en zei toen met gebroken stem: "Nanke, gaat achteruit, gaat achteruit, c'a me suffis, ça me suffis!" Nog voor mijn vader kon vragen of alles wel goed was stapte ze resoluut achteruit de trap af, daarbij mijn vader bijna achterovergooiend. "Dien vuile smeerlap! Die Twie vuile vetzakken! Die zijn der nog ni vanaf!" siste ze tandenknarsend toen de trap af liep. "Chouke? Chou-chou??? Waar zijt ge nu???" Klonk het vanaf het achterdek gevolgd door een "let da Weib toch, iiiick bin hier veur du, iiiick bin dene Chou-Chou ja?!"
Resoluut, met stappen die zowat door het hele schip klonken beende de baronesse zich over de promenade terwijl mijn vader op zijn tenen achter haar aan stiefelde. "Jamaar nee zeg, ik wist niet wat ze zou gaan doen en het was al lang na middernacht geweest! Ik zag ze al met mij als getuige of zo naar de kapitein stappen die overigens toen "schift af" was en lag te slapen... Maar...." ineens bleef ze mid dek's staan; keek even om en leek plots te smelten! Het leek er sterk op dat ze allerlei opties  in sneltreinvaart zat af te wegen en zei plots "Nanke, Nanke, t'est vraiment mon sauveteur, mijnen redder in nood! Merci, Merci, Merci!...." ze lustte hem kort maar heftig op de mond, keek naar haar rechter hand die als altijd in waaierstand stond. Ze zakte even een stukje ineen en mompelde: "mijnen schonen Spaanse waaier, weg.... Da's nog wel het ergste; en morgen wordt het nòg warmer... allez, Nanke, Bonne nuit, en tot morgen. Oh, doe maar een tikken-eike gelijk gewoonlijk, niet te hard gekookt." en op haar hakken gedraaid liet zij mijn vader achter en slenterde richting haar kajuit.  In vaders kajuit sprongen de andere drie op toen hij in de open deur even bleef staan. ""Awel? Wat ist? Hebde't niet plezant gehad?" vroeg er een.  Hij zei eerst niets, klom naar zijn brits en mompelde: "dat gaan ik niet aan ullie neus hang, nu toch niet! Nee, nu niet!

De volgende middag zou pas het hoogtepunt van die eerste reis worden!  Tegen alle verwachtingen in zat het hele gezelschap als op dag 2 aan het ontbijt. De baronesse informeerde wel even of het eitje toch niet te hard gekookt was, Jules en de Titz hadden niet zo'n honger als gewoonlijk, maar verder was alles bijna come d'habitude : Jules zei of vroeg wat aan den Titz die al verteld had dat hij kopfschmerzen vom whisky had en verder weinig terugzei waarop Jules dan weer de bevestiging bij de baronesse ging halen : "n'est pas chou-chou?" waarop zij bevestigend knikte en dan "Garcon, Fernand, Nanke," riep, om te vragen of er die middag in la soupe verte ook erwtjes zaten, wat daar was ze zo dol op.  Maar die middag zou pas echt dol worden, charly Chaplin of Harrold Loyd zouden een Fortuyn betaald hebben voor dat - niet te filmen - scenario!

Het begon met het draaien voor de golf van Congo waarbij het schip steevast van stampen in rollen over ging. En voor de service klonk het weer "toeeeet-toet-toet" gevolgd door het commando: "sluit de patrijspoorten!"  En chouke was haar Spaanse waaier kwijt en het was verzengend warm daar vlak voor den Congo. En hoewel mijn vader inmiddels een evenwichtskunstenaar op één been uitserveren geworden was werd hij letterlijk met alle anderen op de proef gesteld.  
Het gezelschap kwam den salon binnengestrompeld! Zó warm was het!  Er werd gewaaierd als in de Arena van Cordoba!  De koude soupe verte zou bijna handwarm zijn en nee, er was wel een fantastisch fornuis maar de koeling trok destijds op niks! Tenminste, die van de keuken en het schip!  Maar ....

(Wordt vervolgt)

18 sept. 2014  

zondag 3 november 2013

Sinterklaas en zijnen zwarten mê witte piet! :D


Vroeger was alles beter!  Tradities waren nog echte tradities en alles was zwart - wit, duidelijk en klaar.  Behalve de tv dan.  Die was ook zwart - wit, maar het sneeuwde geregeld. Het hele jaar door waren er van die momenten dat Ivanhoe of later de Flintstones door de sneeuw niet meer te zien waren. Totdat vader weer eens het dak op klom en na veel "ja, ja, nog een beetje, neeee terug, terug, nu is't nog erger.... ja, ja, jaaaaaaa! Niet meer aankomen!" de mast weer bijgedraaid was.  

Toen ik 5 of 6 jaar was, kwam ik op het lumineuze idee: "As Sinterklaas mê zijnen zwarte piet - bedoeld werd zijn knecht, niet diens plasser - toch op het dak zit, dan kan die toch vast en zekers efkes aan den antenne draaien? A ja toch?"  Maar dat gebeurde dus niet en zaten we op 6 december weer met sneeuw op de buis.  Dat nam ik die stomme zwarte piet niet in dank af.  Dat zou toch echt een kleine moeite geweest zijn, vond ik.  Op straat werden mijn argumenten weggelachen.  "Of gij niet gezien hebt hoeveel antennes er tegenwoordigst op al die daken staan? En derbij, hoe zou zwarte piet moeten weten welken antenn wel en welke niet goed gericht was? Allez, allez, en der bovenop, als dien stommerik der met zijn poten aan zou zitten, zouden we alles in't zwart zien in plaats van met sneeuw!"  Dat laatste vond ik wel een plezante vondst. Maar toch klopte er iets niet; immers, "Als hij wel weet welk speelgoed door welke schouw gegooid moet worden, en wie braaf of stout geweest was, dan kan hij ook weten welken antenn!" Daar hadden ze geen antwoord op. "Hier c'est, der hebt het," viel een buurvrouw in, "den Danny, die laat zich niks wijs maken, zenne!"  Maar toch bleef er iets doormalen in mijn hersenen. Nadenken is altijd een tweede natuur geweest en voordat de anderen, na hun schouders opgehaald te hebben, het over iets gehelegans anders te willen hebben, ontsprong mij een lichtje daarboven: "Nee, 't is waar van al die antennen!!! Eer onze pa onzen antenn goed had, was er wel een goed half uur voorbij.  Als die zwarte piet het zou doen, zou dat toch zekers... allez, zegt maar drie kwartier duren en ja dan zou er te weinig tijd overblijven en ze niet voor smorges gedaan hebben mê al die cadeaus!"  De buurvrouw vond het geniaal: "Voilà c'est, als gullie is wat minder zouden moeten onthouden wat dat ge allemaal gelogen hebt, zoude gullie just gelijk den Danny dat koppeke is kunnen gebruiken om over wat anders na te denken!"  Ondertussen zat ik mij af te vragen of dien zwarte piet nu ook nen zwarte piet had! Ik had eerder opgemerkt dat die zwarte mannekes uit den Congo witte pollen mê witte vingers hadden.  't Is te zeggen, aan den binnenkant dan toch. De buurvrouw vroeg waarover nu weer zat te prakizeren. "Och madam," zei ik, terwijl ik aan het topje van mijn neus trok, "da's iets voor mannen, ik zal dat subiet is aan mijnen pa vragen."  :)

Nee, vroeger, dat waren nog eens tijden!  

Ik heb heel wat Sinterklaas foto's van mijn 3 t/m 6 (7?) jaar, niet toevallig allemaal zonder een zwarte piet! In "den 'Innovation" (de Bijenkorf van België destijds) waren ze of hun tijd ver vooruit of zo slim.  Want in de Grand Bazar was er wèl "nen zwarten piet" en om de haverklap gegil en gekrijs van kindertjes die "Neeee, ik zijn nie stout geweest" jankten!  En daarna, met een lolly gepaaid nog 10 minuten lang snikkend, naar de vloer kijkend, door het warenhuis gezeuld werden.  Ja, vroeger was alles beter. Want we zaten allemaal even recht, en we zongen en we sprongen en we waren zo blij, want der waren geen stoute kinderen bij!  :D   Alleen dat ene liedje was fout: kom maar binnen met je knecht en laat je paardje maar buiten staan??? Niks daarvan, "wij willen een paard in de gang, en laat die knecht maar buiten staan!!!", dachten wij toen, André van Duin voor zijnde! ;)  
Maar ik trof het wel!  Mijn ouders leerden mij om niet te liegen en daarvoor beloont te worden!  Andere kinderen werden bedreigd met straffen en terwijl ze al een "fameuze pandoering zitten hadden", aan hun oor, hun kleren, soms zelfs bij hun haar getrokken werden "En durft niet te liegen zenne!!!", toegeschreeuwd kregen.  Maar dat was zogezegd normaal!  En dat die kinderen dus juist wel "Neeee, ik heb dat niet gedaan!" logen "dat ze zwart" zagen en in alle toonaarden ontkenden, was volgens mijn ouders niet normaal maar wel "logisch"!  
Het begrip logica was mij al héél jong duidelijk. En de reden was ook weer logisch... Maar toch niet altijd duidelijk.  Het was logisch dat ik helemaal niet bang voor zwarte piet was. Ik hoefde niets te vrezen want, al was ik niet altijd "braaf" slaafs gehoorzaam, liegen deed ik nooit.  Maar waarom ik nooit in de Grand Bazar bij Sinterklaas mocht komen, terwijl hij daar wèl die stomme zwarte knecht bij zich had, dat was mij niet duidelijk.  Vooral omdat ik het gevoel had dat er iets niet in de haak was.  Toen ik met mijn vader eens in den "Billart Palace" naar het driebanden ging kijken kwam ik recht achter een neger en ook direct naast een zwart manneke, uit den Congo Belge, te zitten.  Gelukkig spraken zij Frans en geen Spaans zoals die zwarte piet van Sinterklaas.  Spaans vraagt u zich af?  Ja dat was logisch : hij komt ieder jaar uit Spanje en naar het schijnt is't bepaald geenen slimme - anders zou hij niet een knecht zijn - dus kan hij niet al dat Vlaams verstaan.  Maar dat is een terzijde. ;)  De jongen naast mij heette ook niet Piet maar Gamin.  Raar om in het Frans "Jongen of Manneke" genoemd te zijn dacht ik nog. Maar dat bleek toch een vergissing.  Want de andere werd met Tonton aangesproken, en Tonton is oom.  Maar veel wijzer werd ik eerst niet want tijden het biljarten mocht je zelfs niet hoesten en de minste zucht werd met een veelvoud aan "Sssssst, stil!" afgestraft.  Maar tijdens de pauze liepen zij naar de andere kant terwijl mijn vader en ik aan den toog gingen aanschuiven.  Het had me de hele tijd beziggehouden en dus vroeg ik mijn vader: "Zeg pa, zou die Gamin, van den Congo, die naast mij zat, ook nen zwarte piet hebben?" Mijn vader keek even met gefronste wenkbrauwen, "Nen knecht?", vroeg hij na een aarzeling. "Maar nee, natuurlijk nie!!!" antwoorde ik omdat dát niet logisch was, "Nen piet waar hij Pipi mee doet!"  Mijn vader lachte het uit. Hoe en waarom ik dat wilde weten? "Wel, mijn observatie was juist, hij heeft ook witte pollen en vingers...." Toen barste mijn vader echt in lachen uit en vertelde mijn vraag aan een nieuwschierig geworden kennis naast hem, die toen ook moest lachen en tegen mij zei: "Awel slimmerik, gaat het hem is vragen hé!  Of wacht is, als ge u spoeit, hij gaar juist nu naar de koer! Als ge't niet durft te vragen, gaat dan naast hem staan en loert is effekens!" :D Mijn vader knikte lachend van "haast je".   Zo gezegd, zo gedaan!   Ondertussen was het onder de mannen aan de bar blijkbaar de ronde gegaan dat den Danny weer eens iets in zijnen kop had en op onderzoek was op de koer. "En, awel? Wat is't, heddem gezien?" vroegen ze lachend.  Enigszins teleurgesteld moest ik verklaren dat ik het effkes maar wel goed gezien had: hij had geen witte piet. :/ 
Daarop begonnen ze keihard te schateren en elkaar met de elleboog aanstotend allerlei plezante dingen te zeggen die mij niet duidelijk noch logisch waren. Zo werd er met stelligheid gezegt: "Jamaar, die zwarte van Sinterklaas, héla, dien heeft ne witte zenne! En nen groooote zenne!" "Ja van eigenst. En een wit gat! :D " ...
Daar schenen tot groot vermaak van de mannen, allerlei redenen voor te zijn die mij echter een raadsel bleven tot ik er een dag of wat later er weer over begon. "Hoezo heeft zwarte piet "nen" witte en een wit gat?  En waarom zou Sinterklaas genen zwarte piet, allez, nen knecht, met een zwart gat niet willen???"  Ik begreep er helemaal niets van, kon geen logische verklaringen vinden, en nog vreemder, mijn ouders bleven stil. Tot mijn moeder, met een zucht, "Bon, allez dan...." begon over die kinderen die in de ooievaar geloofden omdat hun ouders hen dat wijs gemaakt hadden.... Toen ging er weer een lichtje branden: "Zwarte piet bestaat niet! Da's nen witte vent, zwart geschminkt. Logisch dat die zijn gat en zijnen dinges niet zwart gaat schminken... Haha! Wat ze de kinderen allemaal niet wijs maken!" :D ... :/  Het bleef echter stil zoals gewoonlijk als "ik maar zelf is goe must nadenken" ?  Ze begonnen alle tweete lachen. "Awel Danny, wadi's da, blijft uwen franc hangen?" ;)  "En Sinterklaas, die bestaat zekers ook niet?"  Maar nu werd alles duidelijk!  En logisch ook dat ik nooit naar Zwarte Piet mocht gaan kijken!  Immers, ik ken die Congolezen goed en zou direct zien dat die zwarte piet "aangestoten" bedrog is! Toch? :D

Maar daar bleef het niet bij.  (ik ben tot mijn 6-7, de eerste klas, in het Frans en deels Engels opgevoed). Mijn ouders vonden die liedjes die ik net geleerd had, over die knecht en zo, die het dan wel goed meende "maar zo zwart als roet zag", helemaal niet plezant, eigenlijk beschamend. (Nota Bene, in het Antwerps is "iemand die liegt dat hij zwart is," een doortrapte leugenaar!) Dus... die zwarte Piet is behalve een echte domme knecht, anders word je wel baas, ook nog een doortrapte leugenaar die kinderen met de roe mishandeld! Logica, logica!  En zo werd ik van de ene ontnuchtering in de andere verbijstering geslingerd op mijn 7e.  

Het was mij wel opgevallen dat het óók "normaal" was in Antwerpen om denigrerend over "die zwarte mannekes" te spreken om maar te zwijgen over "die apen ooit den Congo", "die wilde onnozelaars die precies just uit de Zoo kwamen" en nog erger, zelden maar soms óók in het Frans.  Maar, de Franssprekende Antwerpse Beau Monde was in wezen een zeer "open-minded", intellectuele, vaak oud aristocratische, en zeker een kunstminnende gemeenschap waar "Voulez vous..." en "pardonez moi,..." bijna altijd het begin van elke zin in een conversatie was. En de Engelssprekenden waren mijn tante en haar Britisch Diplomatic circle waar - tenminste in het openbaar - "überhaupt" not a single word viel. Behalve als het over Duitsers ging dan, vooral als de Port, the chateau Lafitte "Clarret" of de Dalwhiney als een engeltje over hun tong gepiest had. En zeker als alle drie de engeltjes manneke-pis van Brussel geïmiteerd hadden! :D
Mijn eerste "Vlaamse" logica was toen nog de acceptatie dat de mensen in Antwerpen, surtout les Flamants, nou eenmaal veel dingen "normaal" vonden wat mijn ouders weer helemaal niet goed vonden zoals dus : Het zelf liegen en bedriegen van kinderen met die stomme ooievaar, het bedreigen van kinderen met straffen en slaag waardoor héél kleine kinderen in een reflex al leren om zelfs de stomste futiliteit pertinent te ontkennen, zelfs als alle anderen wijzend en wel "hij heeft dat gedaan!" roepen.  Dit laatste overigens, was als bijna uitzondering, mij wel héél uitdrukkelijk verboden: "wijzen is onbeleefd en verklikken is laf"! En al vond "men" dat ook wel, het was blijkbaar toch normaal. :(
Maar de rapen waren helemaal gaar toen ik in een reactie - op mijn 6-7e dus - hard lachend tegen kinderen riep: "Zwarte piet heeft nen witten en een wit gat en Sinterklaas bestaat ook niet!"  Ja maar alléz zeg, da was toch niet normaal wat die vuile snotaap daar flikte! (@2013 = Gekker moet het niet worden!)   En publiekelijk werd IK dus als vuile leugenaar geschoffeerd, uitgescholden en bedreigd met een goei pak slagen als ik niet maakte dat ik wegkwam.  

Ja dat was normaal toen, vroeger, toen ... tja, toen wist men gewoon niet beter...  ;) 

PS: Ik heb nog al die foto's maar de scanner werkt niet. :( Zodra het lukt herplaats ik dit mèt - schattige foto's - bij Sint zonder Zwarte piet. :) ;). 

woensdag 16 januari 2013

Wie mijn paard slaat, slaat mij!

Uitdrukkingen, gezegdes en spreekwoorden zijn al eeuwen oud. Vaak al zo oud dat niemand nog weet waar het om ging of wat het voorwerp of werkwoord was resp. betekende. Alleen de intentie lijkt wel te kloppen. In veel Jiddische uitdrukkingen is er sprake van een metafoor die bijna niet uit te leggen is. Ook in Antwerpse uitdrukkingen zit vaak een metafoor. Maar sommige Antwerpse uitdrukkingen zijn onverklaarbare onzin, tenzij je de ironie ervan aanvoelt. Voorbeeld: u komt op visite, en na de verwelkoming met alle obligate vragen en antwoorden als "en? hoe is't er mee? alles goe?" zegt de gastheer: "Allez, bon,  pakt nen stoel, en staat een bitje.”  [= beetje.  Wil zeggen: welkom maar niet te lang blijven (ouwehoeren/beklagen/roddelen...)

Natuurlijk kennen we allemaal uitdrukkingen als "wie het schoentje past, trekke het aan" , "ieder vogeltje zingt zoals ie gebekt is" en, daar gaat het mij nu vooral om, "wie mijn paard slaat, slaat mij!"
Gek genoeg hoor je het zelden gezegt worden, terwijl het net als die beroemde splinter en de balk in het eigen oog, elke dag, overal voorkomt. Neem nu de nieuwbakken Antwerpse Burgervader wiens naam ik niet zal noemen: menig columnist van niet nationalisch Vlaamse signatuur heeft het natuurlijk druk met spijkers op laag water zoeken naar de smaak van NV-A stemmers of ronduit het manneke in zijn calsonneke (onderbroek) te zetten tot grote pret van niet NV-A fans. Zo stond er in De Morgen een column met het verzoek 'mans naam niet meer te gebruiken. (Meneer de burgemeester's naam blijkt het laatste half jaar alle records gebroken te hebben in alle media.) En lap zeg, gelijk stromen de reacties het digitale net op. Als een sneeuwstorm! De eerste reacties zijn zuur, de latere gniffelend en dan gaat het balletje rollen. Dan komen de eerste persoonlijke reacties! En reken maar, wie MIJN burgemeestertje slaat, slaat MIJ! Ad Honimen!

Dat ik tòch een Antwerpenaar ben is wellicht debet aan mijn neiging om dan is goe mê hun voeten te gaan spelen, maar na 43 jaar in Amsterdam vraag ik u af waar de humor gebleven is vandaag de dag, dat vraag ik u af. ;)

Via-via belande ik door Google bij de site van de Vara, en wel bij vraag en antwoord, de uitlaatklep dus, naar aanleiding van een uitzending van "Kassa!" waarbij een vergelijkend onderzoekje naar supermarkten een lawine aan "wie MIJN supermarkt slaat, slaat MIJ!" Een "deskundige" die schijnbaar een Plus supermarkt stroman is, had zich laatdunkend over de Aldi en Lidl uitgelaten. Kabaam! Ad Hominem! Één reactie was opvallend anders; een observatie. "Hoe opvallend merkwaardig het was dat zoveel mensen voor die (of de andere) supermarktketen op de barricaden sprongen en gingen verdedigen". Inderdaad, het is "hun" eigendom niet, maar net als dat paard - dat ook niet persé hun "eigendom" hoeft te zijn.

Waarom zouden al die bedrijven op hun sites een MY..... of MIJN...... Log-in laten instellen? :D