Omdat het inmiddels de laatste voorstellingen zijn, wil ik mijn toch vernietigende kritiek schrijven. Bij opera begint het met de muziek. Al is het verhaal nog zo sterk, al zijn de zangers wereldsterren en het toneelbeeld adembenemend, als de muziek niet te pruimen is, houdt alles op. Bij musical ligt het in mijn opinie nog moeilijker. Daar begint het met het verhaal. Als dat een lappendeken is van bijeengezochte "grappen" dat begeleid wordt door lawaai dat muziek moet voorstellen, houdt ook alles op.
Het verhaal is dus géén thriller, geen erotiek, geen romantiek, maar een reeks bijeengezochte nichtengrappen die de rode draad zou moeten zijn. Nou, het was hooguit een roos draadje dat bovendien - en gelukkig - regelmatig doorgeknipt werd. Op de lollige vette grappen na waren de teksten ronduit abominabel! De dialogen van een goed bedoelde schoolvoorstelling kwaliteit, en de liedjes qua tekst wellicht nog redelijk al is er niets maar dan ook niets bij mij blijven hangen. Daar is dan het grootste struikelblok: er was geen muziek maar lawaai! Ronduit beschamend banaal lawaai dat wellicht op een verjaardagsfeestje met hoog alcoholpromillage als keihard en vet beschouwd kan worden. Zo was er om één voorbeeld te noemen een dans van de heren ganoven: Bestaande uit electische Bas tonen begeleid door monotoon op de tel geram op een koffieblik of iets dergelijks. Nou denk je na 16 maten en na 32 maten: nu komt het! Nu gaat via het keyboard al dan niet opgenomen de strijkers en het hout en koper een ondertoon of melodie brengen. Fout! Het blijft bij dat Bas lawaai en koffieblik. Zo erg zelfs dat ik als oud danser en choreograaf halverwege de ogen en oren sloot. En toch waren de choreografieën niet slecht, de costumes en decors van Jan Arntzen zeer blits en flashing en de belichtingen (ja, ik ben ook lichtontwerper) niet buitengewoon oh-ah-erlebnissen, maar smaakvol kleurig.
En daarmee kom ik op de positieve punten. ;)
De spelers deden overtuigend hun best om zo goed mogelijk over te komen. Laat ik het zo stellen: GROENEVELD, als lollige nicht had zelfs een complete cabaret scene na de pauze van eh, 10 minuten of zo, die hij overigens voortreffelijk wist af te werken. "Waar hadden het ook weer over? Oh ja...." Terug naar het verhaal. :/ Tja... Zo kan je voorstelling oprekken tot vermaak van cabaretliefhebbers.
Geen twijfel mogelijk, zij is echt geweldig. Zeker als ma Flodder, maar ook hier als Tos (?) is onze NELLY FRIJDA van lollig tot innemend. En de andere spelers zangers? Niets mis mee als ze tenminste geen onbenullige, te vette, of niet uit te braken teksten en dialogen moesten hebben die ook nog door lawaai begeleid als songs moeten overkomen.
Wat wél geweldig was waren de 4 paren met hun circus/variété acts! De echte wereldtop zit helaas in Las Vegas (Waar ik dus inderdaad met ademnood zit) en zie je rond Kerst op TV vanuit Monte Carlo. Maar deze acts waren elk op zich groots! Het eerste paar met het meisje op spitzen deed mij gelijk aan Zizi Jeanmaire in haar jonge jaren en 40er jaren films denken. Door de muziek leek het wat gedateerd maar toch, geweldig. Dan het paar aan de nieuwerwetse hangriemen. Halverwege bungelden de tranen aan mijn kin. Jeetje, als ik 40 jaar jonger was geweest had ik graag aan eens door die jongen hangend en wel genomen willen worden! ;) Ook het ballen jonglerende paar was misschien wel niet zo spectaculair, maar wel een waar genoegen. En dan is er het Nederlandse paar dat als ENIGE met naam vermeld wordt op de site. Héél goed hoor! Maar waarom worden de andere 3 paren niet met naam en biografie vermeld??? Is het niet "bon ton" om te melden dat het (waarschijnlijk) om Roemen en Bulgaren of andere oostblokkers gaat? Op Peking na zijn er geen scholen waar absolute top gymnasten, acrobaten en "variété" artiesten opgeleid worden van wereldklasse behalve in? Juist! Bulgarije, Roemenië, Oekraïne...
Wat mij betreft hadden de variété artiesten 3x mogen optreden en was het hele oelevelleverhaal van Yab Yum en de afschuwelijke bijbehorende z.g. muziek geschrapt! Had de zangers méézing nummers gegeven en ach, een stukje cabaret of verbindende mop kan ook. Met soortgelijk decor en costuums van Jan Arentzen en een goede orkestband. Dan was het een avond variété van topniveau met nederlands tintje geweest. :)
http://www.stardusttheatre.nl/index.php?page=production&id=53&pageid=fotos
vrijdag 22 februari 2013
woensdag 16 januari 2013
Wie mijn paard slaat, slaat mij!
Uitdrukkingen, gezegdes en spreekwoorden zijn al eeuwen oud. Vaak al zo oud dat niemand nog weet waar het om ging of wat het voorwerp of werkwoord was resp. betekende. Alleen de intentie lijkt wel te kloppen. In veel Jiddische uitdrukkingen is er sprake van een metafoor die bijna niet uit te leggen is. Ook in Antwerpse uitdrukkingen zit vaak een metafoor. Maar sommige Antwerpse uitdrukkingen zijn onverklaarbare onzin, tenzij je de ironie ervan aanvoelt. Voorbeeld: u komt op visite, en na de verwelkoming met alle obligate vragen en antwoorden als "en? hoe is't er mee? alles goe?" zegt de gastheer: "Allez, bon, pakt nen stoel, en staat een bitje.” [= beetje. Wil zeggen: welkom maar niet te lang blijven (ouwehoeren/beklagen/roddelen...)
Natuurlijk kennen we allemaal uitdrukkingen als "wie het schoentje past, trekke het aan" , "ieder vogeltje zingt zoals ie gebekt is" en, daar gaat het mij nu vooral om, "wie mijn paard slaat, slaat mij!"
Gek genoeg hoor je het zelden gezegt worden, terwijl het net als die beroemde splinter en de balk in het eigen oog, elke dag, overal voorkomt. Neem nu de nieuwbakken Antwerpse Burgervader wiens naam ik niet zal noemen: menig columnist van niet nationalisch Vlaamse signatuur heeft het natuurlijk druk met spijkers op laag water zoeken naar de smaak van NV-A stemmers of ronduit het manneke in zijn calsonneke (onderbroek) te zetten tot grote pret van niet NV-A fans. Zo stond er in De Morgen een column met het verzoek 'mans naam niet meer te gebruiken. (Meneer de burgemeester's naam blijkt het laatste half jaar alle records gebroken te hebben in alle media.) En lap zeg, gelijk stromen de reacties het digitale net op. Als een sneeuwstorm! De eerste reacties zijn zuur, de latere gniffelend en dan gaat het balletje rollen. Dan komen de eerste persoonlijke reacties! En reken maar, wie MIJN burgemeestertje slaat, slaat MIJ! Ad Honimen!
Dat ik tòch een Antwerpenaar ben is wellicht debet aan mijn neiging om dan is goe mê hun voeten te gaan spelen, maar na 43 jaar in Amsterdam vraag ik u af waar de humor gebleven is vandaag de dag, dat vraag ik u af. ;)
Via-via belande ik door Google bij de site van de Vara, en wel bij vraag en antwoord, de uitlaatklep dus, naar aanleiding van een uitzending van "Kassa!" waarbij een vergelijkend onderzoekje naar supermarkten een lawine aan "wie MIJN supermarkt slaat, slaat MIJ!" Een "deskundige" die schijnbaar een Plus supermarkt stroman is, had zich laatdunkend over de Aldi en Lidl uitgelaten. Kabaam! Ad Hominem! Één reactie was opvallend anders; een observatie. "Hoe opvallend merkwaardig het was dat zoveel mensen voor die (of de andere) supermarktketen op de barricaden sprongen en gingen verdedigen". Inderdaad, het is "hun" eigendom niet, maar net als dat paard - dat ook niet persé hun "eigendom" hoeft te zijn.
Waarom zouden al die bedrijven op hun sites een MY..... of MIJN...... Log-in laten instellen? :D
Natuurlijk kennen we allemaal uitdrukkingen als "wie het schoentje past, trekke het aan" , "ieder vogeltje zingt zoals ie gebekt is" en, daar gaat het mij nu vooral om, "wie mijn paard slaat, slaat mij!"
Gek genoeg hoor je het zelden gezegt worden, terwijl het net als die beroemde splinter en de balk in het eigen oog, elke dag, overal voorkomt. Neem nu de nieuwbakken Antwerpse Burgervader wiens naam ik niet zal noemen: menig columnist van niet nationalisch Vlaamse signatuur heeft het natuurlijk druk met spijkers op laag water zoeken naar de smaak van NV-A stemmers of ronduit het manneke in zijn calsonneke (onderbroek) te zetten tot grote pret van niet NV-A fans. Zo stond er in De Morgen een column met het verzoek 'mans naam niet meer te gebruiken. (Meneer de burgemeester's naam blijkt het laatste half jaar alle records gebroken te hebben in alle media.) En lap zeg, gelijk stromen de reacties het digitale net op. Als een sneeuwstorm! De eerste reacties zijn zuur, de latere gniffelend en dan gaat het balletje rollen. Dan komen de eerste persoonlijke reacties! En reken maar, wie MIJN burgemeestertje slaat, slaat MIJ! Ad Honimen!
Dat ik tòch een Antwerpenaar ben is wellicht debet aan mijn neiging om dan is goe mê hun voeten te gaan spelen, maar na 43 jaar in Amsterdam vraag ik u af waar de humor gebleven is vandaag de dag, dat vraag ik u af. ;)
Via-via belande ik door Google bij de site van de Vara, en wel bij vraag en antwoord, de uitlaatklep dus, naar aanleiding van een uitzending van "Kassa!" waarbij een vergelijkend onderzoekje naar supermarkten een lawine aan "wie MIJN supermarkt slaat, slaat MIJ!" Een "deskundige" die schijnbaar een Plus supermarkt stroman is, had zich laatdunkend over de Aldi en Lidl uitgelaten. Kabaam! Ad Hominem! Één reactie was opvallend anders; een observatie. "Hoe opvallend merkwaardig het was dat zoveel mensen voor die (of de andere) supermarktketen op de barricaden sprongen en gingen verdedigen". Inderdaad, het is "hun" eigendom niet, maar net als dat paard - dat ook niet persé hun "eigendom" hoeft te zijn.
Waarom zouden al die bedrijven op hun sites een MY..... of MIJN...... Log-in laten instellen? :D
maandag 12 november 2012
Spruitjeslucht en de geur van spruitjes.
Toen ik in 1970 in Amsterdam kwam wonen werd ik met allerlei "vreemde" Hollandse gebruiken geconfronteerd. Zo had mijn hospita van mijn eerste adres, Koninginneweg - boven boekhandel Bas- een petroleum stelletje waarop dagelijks gesudderd werd. Mijn hospita was geen Amsterdamse maar Nijmeegse en verzekerde mij dat je niet kon koken zonder dat olijfgroene geëmailleerde ding. Zoals altijd, de geur van je eigen lichaam, huis of stal, die is je eigen. Zelfs al hebben anderen de wensdroom om een houten wasknijper op hun neus te zetten. Menigmaal besteeg ik aanvankelijk de trap naar 2 hoog bijna brakend van de petroleumlucht. Maar zoals gezegd en bekent, alles went.
Op een dag besteeg ik de trap snuivend en bijna kokhalzend wegens een wel héél vreemde lucht. Haar zoon en dochter, beiden zo rond de 15 jaar, die als ik de trap op kwam geheid even, met het hoofd om de deur kwamen groeten, stonden al bovenaan de trap met hun vingers hun neus dichtknijpend. "Bag mneer Baniel, be eten banafond zpruitjes, baaaah" en "wij lusten geen sdink zpruitjes" vulde zoontje aan. Daarop kwam mijn hospita het portaal op: "Zo, goedenavond meneer Daniel. U als Belg weet vast wel hoe lekker spruitjes zijn, niet?" Nog voor ik überhaupt iets kon antwoorden verwees zij mij van mijn kamer richting de tegenoverliggende keuken. Alsof ze sim-salabim, een konijn uit een hoge hoed ging toveren, haalde zij het deksel van de pan op het petroleumstelletje. Een grote dampwolk ontsteeg de pan en vulde niet alleen de keuken maar ook de overloop. En, het was niet alléén maar damp! Een werkelijk misselijkmakende geur vulde het pand. "Bwaaaaah, getverderrie gatver...." klonk het op de overloop en zoon sloop zich op het toilet op. Nou ben ik nogal gewend om deftig beschaafd over te kunnen komen, maar toen kwam de smoes "Even mijn jas uitdoen" goed te pas. Mijn god zeg! De geur van bloedworst oftewel beuling in Antwerpen resp. boudain in Parijs deden mij vaak slikken om opkomende oprispingen tegen te gaan, maar dit was echt verschrikkelijk! In mijn kamer schoof ik zo stil als mogelijk het raam omhoog. Het houtje van ongeveer 10 cm dat het raam normaliter openhield was onvoldoende dus, ... 3 boeken als alternatief, werden behoorlijk beschadigd. Maar jawel, "ik kon mijnen kop buitensteken" zoals we dat in Antwerpen zeggen.
Het gonsde als een bijenkorf in mijn hoofd: hoe voorkom ik haar te beledigen, hoe kom ik hier weg, en, hoe voorkom ik dat als culinaire Belgische meneer "effe proeven meneer Daniel!" werkelijk misselijk zou worden? Let wel, zoontje had zich al op het toilet opgesloten! Heden ten dagen kom je met een smoes van "krijg net een telefoontje" wel aan uitstel van executie, maar in 1970 waren er geen mobieltjes en de enige telefoon was op 1 hoog nota bene. Nog met mijn kop buitenhangende hoorde ik het bekende "klop, klop-klop-klop!" op de deur. "meneer Dániel, bent u daar?!" ( Tja, waar anders? ) Ik zweer u, ik kan niet liegen! Maar toen floepte het eruit, mijn jas pakkende: "Oh mevrouw het is al zes uur? Helemaal vergeten, ik heb om half zeven repetitie!!!" en stormde de kamer uit. "U heeft uw sjaal vergeten meneer Daniel, en het wordt koud hoor!" riep de hospita terwijl ze het ding langs de trap liet vallen.
De volgende dag kwam zoontje aankloppen. Ik zie hem nog binnen komen... :) Zoals altijd ging hij zonder iets te zeggen eerst mijn boeken - met schuin hoofd - bekijken. Met rug naar mij toe klonk het opeens: "Zo, u hebt zich er gisteren mooi tussenuit gewerkt!" Hij draaide zich om en voor het eerst (denk ik) keek hij mij staalrecht in de ogen. Nu had ik de neiging om weg te kijken... maar hield vol. De sterkste wint? Plots liet ie zijn blik vallen. En zei toen: "Kunt u ons moeder niet leren koken? Want zij kan der echt niks van. "
Ander verhaal! Hoewel mijn echtgenoot Hans, nu, na bijna 40 jaar met mij en de belgische familie nog steeds geen spruitjes wil eten, ook al is er geen spruitjeslucht, ben ik gek op spruitjes. Er staan in de Allerhande van AH van november een aantal tips en recepten met spruitjes die kloppen. Maar er staat ook een opmerking dat kastanjes en geroosterde amandelen ideaal zijn bij spruitjes. Nooit bij stil gestaan. Maar op kerst eten wij kalkoen gevuld met o.a. kastanjes, en daarbij spruitjes. En dàn smaken die spruitjes des te beter! :)
Het gonsde als een bijenkorf in mijn hoofd: hoe voorkom ik haar te beledigen, hoe kom ik hier weg, en, hoe voorkom ik dat als culinaire Belgische meneer "effe proeven meneer Daniel!" werkelijk misselijk zou worden? Let wel, zoontje had zich al op het toilet opgesloten! Heden ten dagen kom je met een smoes van "krijg net een telefoontje" wel aan uitstel van executie, maar in 1970 waren er geen mobieltjes en de enige telefoon was op 1 hoog nota bene. Nog met mijn kop buitenhangende hoorde ik het bekende "klop, klop-klop-klop!" op de deur. "meneer Dániel, bent u daar?!" ( Tja, waar anders? ) Ik zweer u, ik kan niet liegen! Maar toen floepte het eruit, mijn jas pakkende: "Oh mevrouw het is al zes uur? Helemaal vergeten, ik heb om half zeven repetitie!!!" en stormde de kamer uit. "U heeft uw sjaal vergeten meneer Daniel, en het wordt koud hoor!" riep de hospita terwijl ze het ding langs de trap liet vallen.
De volgende dag kwam zoontje aankloppen. Ik zie hem nog binnen komen... :) Zoals altijd ging hij zonder iets te zeggen eerst mijn boeken - met schuin hoofd - bekijken. Met rug naar mij toe klonk het opeens: "Zo, u hebt zich er gisteren mooi tussenuit gewerkt!" Hij draaide zich om en voor het eerst (denk ik) keek hij mij staalrecht in de ogen. Nu had ik de neiging om weg te kijken... maar hield vol. De sterkste wint? Plots liet ie zijn blik vallen. En zei toen: "Kunt u ons moeder niet leren koken? Want zij kan der echt niks van. "
Ander verhaal! Hoewel mijn echtgenoot Hans, nu, na bijna 40 jaar met mij en de belgische familie nog steeds geen spruitjes wil eten, ook al is er geen spruitjeslucht, ben ik gek op spruitjes. Er staan in de Allerhande van AH van november een aantal tips en recepten met spruitjes die kloppen. Maar er staat ook een opmerking dat kastanjes en geroosterde amandelen ideaal zijn bij spruitjes. Nooit bij stil gestaan. Maar op kerst eten wij kalkoen gevuld met o.a. kastanjes, en daarbij spruitjes. En dàn smaken die spruitjes des te beter! :)
woensdag 24 oktober 2012
Hiel dat Antwaarpe, hiel dat stad...
Ik overweeg om "Mijn" geboorteplaats Antwaarpe te laten veranderen in Ghant. ;)
Na 42 jaar in Amsterdam ben ik nog steeds Belg. Maar eigenlijk Europeaan die het liefst een paspoort zou willen van the United Nations. Net 16 jaar was ik toen ik op vakantie in Amsterdam de landing op de maan met ingehouden adem "meemaakte". Al had ik in de jaren daarvoor mijn vakanties in Parijs doorgebracht - ook bepaald geen dorp - en van Oostende tot Dinant, van Wuustwezel tot Kortrijk bijna elke plaats in België kende, die zomer, toen voelde ik mij in Amsterdam alsof ik ook op de maan was en naar de aarde keek. Naar een stipje waar de Strangers en de Poesje waren. Naar heel dat stad waar de Pajottenberg en Wezenberg en Noordkasteel verdwenen waren ten gunste van "onzen E3" (nu E17) en de zoveelste havendokverbinding. Waar de Pre-Metro werken de Teniersplaats en verlengden in alle windrichtingen adembenemend blootgelegd hadden. En waar de Volks Unie marcheerde met slogans als Vlaamse officieren voor Vlaamse soldaten en vooral Vlaanderen Vlaams -en oep Sint Anneke mosselen, repliceerde mijn vader dan.
Hier in Amsterdam zag ik "HAIR!". Niet alleen de show in een machtige tent op het Stadionplein, maar gewoon overal in de stad. "When the moon, is in the seventh house" klonk het constant in mijn oren. En zeker tijdens die maanlanding. Maar net als de Apollo raket, keerde ik terug naar huis.
Zoals Armstrong in een interview ooit zei: de spanning van dat onbekende terrein, zelfs met de mogelijkheid dat je nooit meer thuis komt is overweldigend. Maar dat terug thuiskomen is na alle sentimenten alsof je opgesloten word.
"Hiel die stad" die toch van mij was leek ineens de zologie geworden te zijn. En ik was de Guust de gorilla, de beroemdste bewoner van de zoo. Of ik nu op de De Keizerlei liep, op een bank in't Stadspark zat of in den Twie naar de Suikerrui stond, overal was het datzelfde "lieke" (: "Zeg is, hedde da na gezien? Da gasje mê die lange kalot, da kaanten hemmeke en die roze broek? Dat da zo over 't straat daarft!" En verderop in de Gemeentestraat hing weer een affiche aan het venster: Vlaanderen Vlaams! Kiest Volks Unie!" en op de deur in schoon Vlaams: "Defendus au Nord Africains." Dat ter onderscheiding met het café naast de valiezenwinkel 20 m verderop waar de mensen ook even stil bleven staan: "Hedde da gezien zeg, ge zult daar mor per abuis binnen gaan, mê al die zwarte mannekes en tjoek-tjoeks!"
Nu was ik 17 geworden en hoewel het toeval niet helemaal alleen stond, werd ik door ons ma op het perron uitgezwaaid met de zakdoek waarmee ze juist haar traantje opgedept had. En tuut-tuut zei den trein en de statie vertrok. Op weg naar het paradijs dat Amsterdam heette was het alsof er iets van me afgleed. Ik had mijn Antwerpen verruild voor mijn Amsterdam, van cape canaveral naar de maan. Met één verschil. Ik ging op de maan wonen en zou geregeld het week-end op moeder aarde terugkeren. En 16 jaar later, na vaders dood, geregeld enkele weken blijven om "ons" moeder te helpen met de grote kuis of reparaties te verrichten aan dat kot van ons.
Pas in 1989 kwam het definieve afscheid toen na moeders dood ons schoon huis bij de notaris niet meer van ons was. Bij het afscheid van de gazettenvent drong het tot me door dat ik ook de Nieuwe Gazet kwijt was. Een bron van ergernis, en tegelijk de bron van informatie waarop en waarover - zelfs die van ons- zich in't stad ergerden, blijkbaar onveilig voelden of zich schaterend mee amuseerden. "Ja menier, Partir c'est mourir un peut." Zei de gazettenvent in schoon Antwaarps, "maar allez, gij zijt allank geleje al weggegaan, 't is just de leste valies."
Die leste valies, die laatste koffer. En hoe poëtisch het ook mag klinken, vooral in het Duits "Ich hab' noch eine Koffer in Berlin" er bleef toch echt een koffer achter! Hiel dat stad, da Antwaarpe da toch ook van mij was. En zo is het tot op de dag van vandaag! Alleen zijn er de laatste jaren onder het Vlaams Blok en Belang - dus voor Bartje en de NVA - zoveel huiveringwekkende vanzelfsprekendheden "bon ton" geworden dat ik de laatste keren in Antwerpen alleen nog pas na middernacht en veel later door 't stad ging wandelen. Nee, de mensen blijven niet meer staan om mij aan te staren met de woorden: "hedde da gezien zeg? Da die zo over 't straat daarft te lope.....". Maar naar goed Antwerpse gewoonte laten mensen je De Gazet uitlezen in 't café om dan, nog voor ze opgevouwen is hùn "point de vue" of "hun gedacht" uit de doeken te doen. Ging ik er vroeger tegenin, sprong ik uit mijn vel of trachtte ik de achterkant van het gelijk boven te halen, nu doet het mij pijn. Alsof er doodleuk in "die koffer", mijn leste valies, geplast wordt. En dat doen Bart De Wever en de zijnen... waarschijnlijk met veul genoegen. Immers, als zij Zwartzakken zijn, dan ben ik tenminste nen lelijken deserteur, en gaat het mij niet aan om mijnen bebbel te roeren over HUN Antwaarpe... dat ooit ook van mij was... en nu in die oude schoenendoos met "onplooibare foto souvenirs" anno 1930 en 1955 bij de vele doodsbrieven van toen tegen vergeling veilig, mijn lest valies geworden is.
Na 42 jaar in Amsterdam ben ik nog steeds Belg. Maar eigenlijk Europeaan die het liefst een paspoort zou willen van the United Nations. Net 16 jaar was ik toen ik op vakantie in Amsterdam de landing op de maan met ingehouden adem "meemaakte". Al had ik in de jaren daarvoor mijn vakanties in Parijs doorgebracht - ook bepaald geen dorp - en van Oostende tot Dinant, van Wuustwezel tot Kortrijk bijna elke plaats in België kende, die zomer, toen voelde ik mij in Amsterdam alsof ik ook op de maan was en naar de aarde keek. Naar een stipje waar de Strangers en de Poesje waren. Naar heel dat stad waar de Pajottenberg en Wezenberg en Noordkasteel verdwenen waren ten gunste van "onzen E3" (nu E17) en de zoveelste havendokverbinding. Waar de Pre-Metro werken de Teniersplaats en verlengden in alle windrichtingen adembenemend blootgelegd hadden. En waar de Volks Unie marcheerde met slogans als Vlaamse officieren voor Vlaamse soldaten en vooral Vlaanderen Vlaams -en oep Sint Anneke mosselen, repliceerde mijn vader dan.
Hier in Amsterdam zag ik "HAIR!". Niet alleen de show in een machtige tent op het Stadionplein, maar gewoon overal in de stad. "When the moon, is in the seventh house" klonk het constant in mijn oren. En zeker tijdens die maanlanding. Maar net als de Apollo raket, keerde ik terug naar huis.
Zoals Armstrong in een interview ooit zei: de spanning van dat onbekende terrein, zelfs met de mogelijkheid dat je nooit meer thuis komt is overweldigend. Maar dat terug thuiskomen is na alle sentimenten alsof je opgesloten word.
"Hiel die stad" die toch van mij was leek ineens de zologie geworden te zijn. En ik was de Guust de gorilla, de beroemdste bewoner van de zoo. Of ik nu op de De Keizerlei liep, op een bank in't Stadspark zat of in den Twie naar de Suikerrui stond, overal was het datzelfde "lieke" (: "Zeg is, hedde da na gezien? Da gasje mê die lange kalot, da kaanten hemmeke en die roze broek? Dat da zo over 't straat daarft!" En verderop in de Gemeentestraat hing weer een affiche aan het venster: Vlaanderen Vlaams! Kiest Volks Unie!" en op de deur in schoon Vlaams: "Defendus au Nord Africains." Dat ter onderscheiding met het café naast de valiezenwinkel 20 m verderop waar de mensen ook even stil bleven staan: "Hedde da gezien zeg, ge zult daar mor per abuis binnen gaan, mê al die zwarte mannekes en tjoek-tjoeks!"
Nu was ik 17 geworden en hoewel het toeval niet helemaal alleen stond, werd ik door ons ma op het perron uitgezwaaid met de zakdoek waarmee ze juist haar traantje opgedept had. En tuut-tuut zei den trein en de statie vertrok. Op weg naar het paradijs dat Amsterdam heette was het alsof er iets van me afgleed. Ik had mijn Antwerpen verruild voor mijn Amsterdam, van cape canaveral naar de maan. Met één verschil. Ik ging op de maan wonen en zou geregeld het week-end op moeder aarde terugkeren. En 16 jaar later, na vaders dood, geregeld enkele weken blijven om "ons" moeder te helpen met de grote kuis of reparaties te verrichten aan dat kot van ons.
Pas in 1989 kwam het definieve afscheid toen na moeders dood ons schoon huis bij de notaris niet meer van ons was. Bij het afscheid van de gazettenvent drong het tot me door dat ik ook de Nieuwe Gazet kwijt was. Een bron van ergernis, en tegelijk de bron van informatie waarop en waarover - zelfs die van ons- zich in't stad ergerden, blijkbaar onveilig voelden of zich schaterend mee amuseerden. "Ja menier, Partir c'est mourir un peut." Zei de gazettenvent in schoon Antwaarps, "maar allez, gij zijt allank geleje al weggegaan, 't is just de leste valies."
Die leste valies, die laatste koffer. En hoe poëtisch het ook mag klinken, vooral in het Duits "Ich hab' noch eine Koffer in Berlin" er bleef toch echt een koffer achter! Hiel dat stad, da Antwaarpe da toch ook van mij was. En zo is het tot op de dag van vandaag! Alleen zijn er de laatste jaren onder het Vlaams Blok en Belang - dus voor Bartje en de NVA - zoveel huiveringwekkende vanzelfsprekendheden "bon ton" geworden dat ik de laatste keren in Antwerpen alleen nog pas na middernacht en veel later door 't stad ging wandelen. Nee, de mensen blijven niet meer staan om mij aan te staren met de woorden: "hedde da gezien zeg? Da die zo over 't straat daarft te lope.....". Maar naar goed Antwerpse gewoonte laten mensen je De Gazet uitlezen in 't café om dan, nog voor ze opgevouwen is hùn "point de vue" of "hun gedacht" uit de doeken te doen. Ging ik er vroeger tegenin, sprong ik uit mijn vel of trachtte ik de achterkant van het gelijk boven te halen, nu doet het mij pijn. Alsof er doodleuk in "die koffer", mijn leste valies, geplast wordt. En dat doen Bart De Wever en de zijnen... waarschijnlijk met veul genoegen. Immers, als zij Zwartzakken zijn, dan ben ik tenminste nen lelijken deserteur, en gaat het mij niet aan om mijnen bebbel te roeren over HUN Antwaarpe... dat ooit ook van mij was... en nu in die oude schoenendoos met "onplooibare foto souvenirs" anno 1930 en 1955 bij de vele doodsbrieven van toen tegen vergeling veilig, mijn lest valies geworden is.
dinsdag 18 september 2012
Queen Kamp? #ikhebpaarsgestemd
oftewel:
De nieuwe kleren van de keizer.
In de NRC next van maandag 17 september stond een wèl leuke fotoshop karikatuur op de Panache pagina van Koningin Kamp met als boventitel: Verkenner. Maar eerlijk gezegd, ik vind dat Verkenner Kamp niet eens tot Hopman bevorderd dient te worden. Tenzij het als karikatuur leuk gebracht kan worden dat de hopman in het broekje van Markje kijkt wat daar te vinden is en SamsoN er naast zit en vraagt: Oh, Geertje, wat doet die meneer met Markje zijn kroonjuweeltjes? En Geertje antwoord dan natuurlijk dat de hopman op zoek is naar iets waar Nederland zijn vingers bij kan aflikken.
Uiteraard, zo'n karikatuur zou nu een storm van protest ontlokken in Nederland waar ooit de Sekstant, Gandalf en de Mon Ami letterlijk op de stoep van de AKO in de Leidsestraat lagen! Wim Kan, bijvoorbeeld, zou nu - terstond herrezen - onmiddellijk op de Dam de Japanse vlag in de hens gooien en alle kinderdagverblijven zouden door verontwaardigde kiezers bezet worden met spandoeken als "Kampen af van onze kinderen!" En, last but not least, VVD hopman Wiegel zou zich naar De Wereld Draaid Door reppen om zich mea culpa te verontschuldigen voor zijn fout uit het verleden. "Sinterklaas bestaat wel, maar hij zat niet dáár," om besmuikt te bekennen, "nee, ik ben hier!" Toch?
Nou heeft Rutte weliswaar volledige radiostilte bij alle tv-zenders afgekondigd, maar tot mijn verbazing valt er op Twitter ook maar weinig te "horen". Na alle peilingen en debatten die telkens monsterachtige reeksen aan voorbijrazende tweets opleverden, waarbij 130 km per uur een slakkengang is, zit iedereen nu blijkbaar beduusd in zak en as thuis. Niet de vingers aflikkend of twitterende, maar neuspeuterende. Het moest toch Linksom, néé Rechtsom! Vooral stabiel! En, niet Rutte maar SamsoN was de winnaar van de debatten toch? Maar nu hebben we een verkenner wiens taak het is om in de zakken van Rutte en SamsoM naar wisselgeld te zoeken voor een regering "van stabiliteit". Want één ding is duidelijk, de kiezer is echt aan zet geweest en heeft PAARS gestemd. Pardon? Heb ik iets gemist of zo? Willen Maurice en alle andere peilers effe een steekproefje houden om er achter te komen hoeveel kiezers er werkelijk op de VVD èn op de PvdA gestemd hebben? Wellicht kan het gewoon op Twitter? @mauricedehond #IKhebpaarsgestemd of #ikhebNIETpaarsgestemd ?
Met de troonrede en de miljoenennota in het vooruitzicht vroeg ik mij vannacht werkelijk af wat voor poppenkast stukje er nu eigenlijk uitgevoerd wordt. Zodadelijk volgt een troonrede met de uitkomst van het "Lente akkoord" waarvan - naar verluid tijdens de campagnes - de houdbaarheidsdatum 12 september was? Maar erger nog dan bij A.H. waar op de laatste dag van houdbaarheid royaal 35% korting gegeven wordt, krijgen we nu een "week overtijdse" aanbieding van iets waarbij Nederland aanvankelijk zijn vingers bij kon aflikken, zo kunduz-groen geworden is dat het Sap bijna geheel verdampte en, nu tegen paars aanlopend, alsnog koninklijk opgediend word. Volgens mij lusten de honden, behalve Maurice misschien, er geen brood van. Het kan straks hooguit tot een hilarische Koefnoen aflevering leiden als Geertje met SamsoM hun niet de kaas van het brood jatten tijdens de algemene beschouwingen van deze dan bijna zwart uitgeslagen miljoenennota. Het zou me niet verbazen dat zodra het koffertje opengaat, de miljoenennota vanzelf naar de kamervoorzitter loopt of tot tegen het plafond spat. Maar, eerlijk is eerlijk, ze doen het wéér. Pruimen voor tomaten verkopen. Kompleet met "De kleren van de Keizer" in de gouden koets. Autochtoner Nederlands kan het haast niet.
De nieuwe kleren van de keizer.
In de NRC next van maandag 17 september stond een wèl leuke fotoshop karikatuur op de Panache pagina van Koningin Kamp met als boventitel: Verkenner. Maar eerlijk gezegd, ik vind dat Verkenner Kamp niet eens tot Hopman bevorderd dient te worden. Tenzij het als karikatuur leuk gebracht kan worden dat de hopman in het broekje van Markje kijkt wat daar te vinden is en SamsoN er naast zit en vraagt: Oh, Geertje, wat doet die meneer met Markje zijn kroonjuweeltjes? En Geertje antwoord dan natuurlijk dat de hopman op zoek is naar iets waar Nederland zijn vingers bij kan aflikken.
Uiteraard, zo'n karikatuur zou nu een storm van protest ontlokken in Nederland waar ooit de Sekstant, Gandalf en de Mon Ami letterlijk op de stoep van de AKO in de Leidsestraat lagen! Wim Kan, bijvoorbeeld, zou nu - terstond herrezen - onmiddellijk op de Dam de Japanse vlag in de hens gooien en alle kinderdagverblijven zouden door verontwaardigde kiezers bezet worden met spandoeken als "Kampen af van onze kinderen!" En, last but not least, VVD hopman Wiegel zou zich naar De Wereld Draaid Door reppen om zich mea culpa te verontschuldigen voor zijn fout uit het verleden. "Sinterklaas bestaat wel, maar hij zat niet dáár," om besmuikt te bekennen, "nee, ik ben hier!" Toch?
Nou heeft Rutte weliswaar volledige radiostilte bij alle tv-zenders afgekondigd, maar tot mijn verbazing valt er op Twitter ook maar weinig te "horen". Na alle peilingen en debatten die telkens monsterachtige reeksen aan voorbijrazende tweets opleverden, waarbij 130 km per uur een slakkengang is, zit iedereen nu blijkbaar beduusd in zak en as thuis. Niet de vingers aflikkend of twitterende, maar neuspeuterende. Het moest toch Linksom, néé Rechtsom! Vooral stabiel! En, niet Rutte maar SamsoN was de winnaar van de debatten toch? Maar nu hebben we een verkenner wiens taak het is om in de zakken van Rutte en SamsoM naar wisselgeld te zoeken voor een regering "van stabiliteit". Want één ding is duidelijk, de kiezer is echt aan zet geweest en heeft PAARS gestemd. Pardon? Heb ik iets gemist of zo? Willen Maurice en alle andere peilers effe een steekproefje houden om er achter te komen hoeveel kiezers er werkelijk op de VVD èn op de PvdA gestemd hebben? Wellicht kan het gewoon op Twitter? @mauricedehond #IKhebpaarsgestemd of #ikhebNIETpaarsgestemd ?
Met de troonrede en de miljoenennota in het vooruitzicht vroeg ik mij vannacht werkelijk af wat voor poppenkast stukje er nu eigenlijk uitgevoerd wordt. Zodadelijk volgt een troonrede met de uitkomst van het "Lente akkoord" waarvan - naar verluid tijdens de campagnes - de houdbaarheidsdatum 12 september was? Maar erger nog dan bij A.H. waar op de laatste dag van houdbaarheid royaal 35% korting gegeven wordt, krijgen we nu een "week overtijdse" aanbieding van iets waarbij Nederland aanvankelijk zijn vingers bij kon aflikken, zo kunduz-groen geworden is dat het Sap bijna geheel verdampte en, nu tegen paars aanlopend, alsnog koninklijk opgediend word. Volgens mij lusten de honden, behalve Maurice misschien, er geen brood van. Het kan straks hooguit tot een hilarische Koefnoen aflevering leiden als Geertje met SamsoM hun niet de kaas van het brood jatten tijdens de algemene beschouwingen van deze dan bijna zwart uitgeslagen miljoenennota. Het zou me niet verbazen dat zodra het koffertje opengaat, de miljoenennota vanzelf naar de kamervoorzitter loopt of tot tegen het plafond spat. Maar, eerlijk is eerlijk, ze doen het wéér. Pruimen voor tomaten verkopen. Kompleet met "De kleren van de Keizer" in de gouden koets. Autochtoner Nederlands kan het haast niet.
vrijdag 25 mei 2012
Beleefd, beleven, beleeft!
Soms valt het niet mee met de Nederlandse spelling. Beleeft U dat ook? De Nederlandse Taalunie heeft er naar mijn smaak een potje van gemaakt. Dat is een beleefd eufemisme om te zeggen dat ondergetekende vindt dat het Nederlands gewoon een klote spelling heeft. Maar dat is natuurlijk maar peanuts bij de importwoorden en trendy woorden die ooit als reclame slogan bedacht zijn of op straat ontstaan zijn doordat de allochtonen blijkbaar een soort neo-papiamento wel Rg keck of cuwl of cool vinden. Ach, ik ben echt geen taalzuiverheidspropagandist, in tegendeel als polyglotter! En, hoe meer dialecten ik beleef, des te levendiger word ik! Oei! Nou deed ik het zelf! Het gebruik van: "beleven"!
Vroeger "hoorde" ik dialecten, "dronk" ik een hooggegist bier, "las" ik de dagelijkssche (mèt dubbele s!) courant, "luisterde" ik naar de top 10 van de week en "kocht" ik bij de GB een niet te versmaden degustatie! ;)
Tegenwoordig dien je alles te beleven! Naast dialecten dien je bier, kranten, YouTube, (wie luistert nu nog naar de top 10 op de radio???) en "gewoon bij Aa Ha met Eftelingpunten" te beleven! Jawel, beleven! En vanaf zondag aanstaande, "kijk" je ook niet meer naar het NOS Journaal, nee!!! "Beleef het vernieuwde NOS Journaal vanaf zondag 12:00!" hoor ik al de hele avond. Kijk, dat ik dat legendarisch hilarisch pijnlijk tv-programma "De Vakantieman" heb mogen "beleven" is tot daar aan toe. Dat Frau Minister Präsidentin Angela Merkel ook geen idee heeft van de wereld, "vermoedde" ik wel. Maar dat ik dat straks allemaal op het NOS Journaal wel zal moeten "beleven"...
;)
Nee hoor, u hoeft mij niet te corrigeren! Dat heb ik zelf gedaan na een aantal herhalingen! Ik hoorde "beleef" terwijl er wel degelijk "bekijk" gezegd wordt in die teaser! :D
Maar daarmee wil ik aangeven dat je zo voorgeprogrammeerd wordt dat je echt dingen hoort... die dus echt NIET gezegd worden! En mensen beweren vaak "dat het in de krant van wakker Nederland stond" maar dat was alleen in hun "beleving" en echt niet gedrukt! En als het dan niet expliciet tegengesproken en met de krant erbij, bewezen wordt, wordt die "beleving" waarheid. Dáár ging het mij dus om. :)
Vroeger "hoorde" ik dialecten, "dronk" ik een hooggegist bier, "las" ik de dagelijkssche (mèt dubbele s!) courant, "luisterde" ik naar de top 10 van de week en "kocht" ik bij de GB een niet te versmaden degustatie! ;)
Tegenwoordig dien je alles te beleven! Naast dialecten dien je bier, kranten, YouTube, (wie luistert nu nog naar de top 10 op de radio???) en "gewoon bij Aa Ha met Eftelingpunten" te beleven! Jawel, beleven! En vanaf zondag aanstaande, "kijk" je ook niet meer naar het NOS Journaal, nee!!! "Beleef het vernieuwde NOS Journaal vanaf zondag 12:00!" hoor ik al de hele avond. Kijk, dat ik dat legendarisch hilarisch pijnlijk tv-programma "De Vakantieman" heb mogen "beleven" is tot daar aan toe. Dat Frau Minister Präsidentin Angela Merkel ook geen idee heeft van de wereld, "vermoedde" ik wel. Maar dat ik dat straks allemaal op het NOS Journaal wel zal moeten "beleven"...
;)
Nee hoor, u hoeft mij niet te corrigeren! Dat heb ik zelf gedaan na een aantal herhalingen! Ik hoorde "beleef" terwijl er wel degelijk "bekijk" gezegd wordt in die teaser! :D
Maar daarmee wil ik aangeven dat je zo voorgeprogrammeerd wordt dat je echt dingen hoort... die dus echt NIET gezegd worden! En mensen beweren vaak "dat het in de krant van wakker Nederland stond" maar dat was alleen in hun "beleving" en echt niet gedrukt! En als het dan niet expliciet tegengesproken en met de krant erbij, bewezen wordt, wordt die "beleving" waarheid. Dáár ging het mij dus om. :)
donderdag 26 april 2012
H1dl 2: Hij had genen numero op zijn arm?
Hoofdstuk 1, deel 2 : Hij had genen numero op zijn arm?
Er was sinds de eerste kennismaking met meneer Fisher gelijk iets hechts ontstaan. Niet dat ik wekelijks op visite kwam of dat hij met mij als surrogaat grootvader-kleinzoon relatie uitstapjes met me deed of zo, maar het was geheel vrijblijvend een soort mentorschap.
Hij heeft mij in bepaald opzicht leren denken over "wat er zoal gezegd, gedacht en beweerd" wordt. En, voor zover ik mij herinner, hij heeft mij nooit of te nimmer iets voorgezegd, aangeleerd of zijn waarheid verkondigd. Behalve één ding: het land van god was een illegale bezetting. en als het woord "Israël" viel, was het direct : "Bezet Palestina dus!" Tegen mij zei het het vriendelijk interrumperende, tegen zijn klein dochters op barse toon waarop de twee gegarandeerd hun keel opentrokken. Toen de twee in 66 inderdaad 2 weken naar een kibboets gingen zei hij snerend: " Spijtig dat er geen nieuwe oorlog aan zit te komen, hadden ze kunnen oefenen als sirenes!"
Als elfjarige curieuzeneus zoals een nieuwsgierige jongen in Antwerpen heet, viel ik met mijn nieuwsgierige neus in de boter om het zo te stellen. Maar na onze kennismaking was hij behalve huisbaas ook een soort mentor geworden die niet de antwoorden op mijn vragen gaf maar via tegenvragen en hints mij naar mijn Winklers Prins Encyclopedie verwees en, de volgende keer als het ware overhorende weer verder hielp. Tussen bijna uitsluitend overlevenden van Auschwitz-Birkenau, Sobibor en Treblinka, was het mij die eerste zomer toen iedereen met opgestroopte mouwen rondliep, opgevallen dat al die joden een nummer op hun linker onderarm hadden. Maar toen op een hete juni dag meneer Fisher de huur kwam ophalen, zag ik dat hij géén nummer had. "Tiens?" dacht ik, "das toch raar, hij heeft genen nummero ???"
Inmiddels was het via zijn dochter die onder ons woonde, al doorverteld dat Pa eerst bij hun informeerde of Dannyke wel thuis was voor hij verder naar boven ging. En zo gebeurde het dat hij de hele namiddag bij haar bleef om telkens als de voordeur ging en er voetstappen op de trap klonken te informeren: Is'em dat? Maar ook als hij geen huur kwam ophalen, wilde hij op woensdag rond twaalf uur in de keuken "op post zijn" tot ik binnen was en "mijnen velo ging gareren" om dan naar beneden te gaan en mij toevallig in de gang of op de trap te treffen. En dan was het altijd iets in de zin van: "Ah, Danny manneke, wat toevallig. Ik wou u just vragen wat dat ge nu in de WP uitgevonden hebt." Het feit dat ik klaarblijkelijk e.e.a. opgezocht had was genoeg. Dan verontschuldigde hij zich dat hij eigenlijk nogal gepresseerd was, maar als ik nog iets te vragen had, moest ik het maar laten weten.
Maar het eigenlijke verhaal dat alles in gang zette was na de bewondering voor mijn Winklers Prins en madame Fisher's jeugdaspiraties voor theater, dus mijn vraag over die nummer tatoeages. Het ging als volgt:
De vraag die ik had toen ik bij de Fishers op bezoek was geweest was ik kort daarop vergeten. Als 11-jarige gaan er zoveel dingen door je hoofd, en toevallig zat ik dat weekend daarop in Oostende bij de Van Gelder's in de "Splendid's" waar ik als peuter al geregeld bij logeerde. Maar op een hete zomerdag, weken later, stond meneer Fisher voor de deur. "Ah Dannyke, hoe is het? Ja, is uw moeder thuis, 't is voor de huur hè." Ja, dat wist ik wel. Moeder liet mij de deur openen terwijl zij het geld ging pakken. Net toen moeder achter mij verscheen, vroeg ik: "Zeg meneer Fisher, ik heb u al een tijdje iets willen vragen! " terwijl ik achter mijn oor krapte. "Aha! Allez, vraagt dan maar hè!" zei hij bijna in zijn handen wrijvend. Moeder informeerde nog snel of hij niet gepresseerd was, het welk hij eigenlijk wel was, maar niet voor vragen van Danny. " wel meneer Fisher, als u ook een jood zijt, waarom hebt u dan genen numero op uwen arm?" Moeder liet verschrikt het geld vallen, riep : "Maar Danny! Wat vraagde gij nu???" en begon zich haastig stamelend te verontschuldigen terwijl ze het bundeltje briefjes van honderd frank opraapte en mij vervolgens en tik op mijn hoofd verkocht: "Waar haalde gij dàt nu uit!" Ik schrok me wezenloos! Zó had ik mijn moeder nog niet eerder meegemaakt. Maar meneer Fisher had geen krimp gegeven en begon moeder gerust te stellen. "Nee madam, das helemaal niet erg! Nee, nee, dat is ook niet frank en ook niet onbeleefd! Ah ja, da's zekers dat hij maar elf is! Ja, voilà, ge zegt het zelf al: hem valt van alles op en da's geen curiezeneuzerij maar opmerkzaamheid! Allez, als ik binnen mag komen zal ik het eens expliceren in zijn kamer, trekt u maar niks aan, 't is allemaal goed. We liepen naar mijn kamer ik in een drafje, om onze twee stoelen klaar te zetten, en moeder handenwringend achter meneer Fisher aan.
Hij kwam de kamer in, liep naar de boekenkast en keek met schuin hoofd de rij boven de Winkler Prins na. Hij haalde er een pocketboek uit en draaide zich om terwijl hij de achterkant inspecteerde. "Da's nieuw zien ik," zei hij met een oog de kamer rondkijkend en moeder observeerde die in de deuropening stond en nog steeds handenwringend der hoofd schudde. "zeg madam De Leeuw, hebt u het ook niet zo warm? Ik heb wel een beetje dorst eigenlijk" vervolgde hij terwijl hij de achterkant van Daan Zonderland's "Professor Zegellak en zijn koekoek" uitlas. Nee, ze had geen koude thee klaar staan. Ze kon het wel gaan maken, maar ja dat duurt wel even..."Och madam, ik zijn nog lange niet weg zenne, gaat maar gerust naar de keuken. Wij hebben al den tijd, nietwaar Dannyke?" zei hij met opgetrokken wenkbrauw, "Of moet gij ergens naartoe misschienst?". Ik vond het eigenlijk wel spannend worden. Het leek alsof hij moeder de kamer de kamer uit wilde hebben?! Hij kwam tegenover mij zitten nadat hij het boekje teruggezet had. "Hebt gij dat boek al uitgelezen? Ja? En was't plezant?" vroeg hij lachend, terwijl hij een zakdoek te voorschijn haalde om het zweet wat af te deppen. Ja het was heel plezant en ook wel leerzaam geweest want er kwamen allemaal nieuwe woorden in voor zoals een fata morgana, "luchtspiegeling". Ja ik had het opgezocht en nagekeken in de WP maar ik snapte nog altijd niet hoe dat nou precies werkte. "Hij lachte weer en zei: "Sommige dingen zijn ook moeilijk uit te leggen en nog moeilijker om te begrijpen. Maar à pro-pos, wat weet gij eigenlijk van Joden af?" kwam er achteraan. Nu moest ik weer achter mijn oor krabben. Tja, niet zoveel eigenlijk. Maar ik hoorde wel dikwijls zeggen dat iets een jodenstreek was en dat goeie katholieken soms razend werden als ge "Jood!" tegen hen zei... Meneer Fisher lachte ronduit! "En, wat is dan een Jodenstreek volgens u?" Ja dat is het nou juist, ik snap het nog altijd niet, maar het was altijd iets vals of slecht of zo. "Aha, ja... Dat schijnt zo te zijn hè? Vinde gij Joden slechte mensen?" vroeg hij quasi spottend, "En wat zijn goeie Katholieken volgens u?" Op het eerste antwoordde ik beslist en hoofdschuddende van niet, maar er ging mij een lichtje op: "Ja, volgens ons ma zijn goeie Katholieken zwartzakken die aan het oost front zaten." zei ik lachend. Meneer Fisher tuitte zijn lippen, trok even aan zijn neus en vroeg, "En weet gij dan wat zwartzakken en het oostfront zijn?" Volgens ons ma dus goeie Katholieken, maar dat was een cirkelredenering! meneer Fisher keek verrast op: "Een cirkelredenering zegt gij?" Ja, zoiets gelijk als wat er het eerste was, het kieken of het ei. Dat was ik toevallig tegengekomen in de WP en zag gelijk dat ons ma dus een cirkelredenering had. Maar van die zwartzakken had ik al dikwijls gehoord in de verhalen die verteld werden over den oorlogstijd, dat waren de vijanden van de Witte Brigade, en daar zaten die van ons bij... ".
Meneer Fisher was een en al oor geworden. Geïnteresseerd begon hij mij te vragen wat ik dan wel of niet over de oorlog wist te vertellen. Oh, maar daar had ik al heel wat over gelezen in de WP! Maar niet alles hoor! Dat is zovéél met zoveel verwijzingen. Soms stonden er wel 10 verwijzingen in één kolom en zo raakte ik iedere keer weer ergens anders in terecht. Van de eerste oorlog tot de A-bom op Japan en van D-Day naar de Vliegende bommen die hier overal gevallen zijn. Over dat laatste heb ik alles gelezen en ik heb zelfs op een oud plan van Antwerpen overal aangekruist met een 1 of 2 waar ze gevallen zijn! "Alez gij? Echtig waar?" vroeg meneer Fisher, "laat eens zien!" Triomfantelijk haalde ik het plan uit de boekenkast dat meneer Fisher met bewondering bekeek. Over Duitsland? Ja natuurlijk, Hitler was de Führer geworden in 33 en heeft zelfmoord gepleegd in zijn bunker toen de Russen en de Amerikanen aan het winnen waren. En ze riepen altijd Sieg Heil! Net op dat moment kwam moeder de kamer binnen die gelijk weer zowat een appelflauwte kreeg. "Watte?! Wat roepte gij daar nu?!! Danny!!! Maar meneer Fisher, hij weet niet wat hij zegt zenne!" meneer Fisher stond op en zei: "Welnee madam! Hij weet juist heel goed wat hij zegt!" Moeder stamelde: "Maar dat wil ik niet in mijn huis horen zeggen. Nooit!" Hij nam geruststellend haar hand en verklaarde: "hij is aan het vertellen wat hij van den oorlog weet en hij weet er veel van, heel veel zelfs, u kunt fier op hem zijn! En hij heeft veel van u geleerd ook nog!" Moeder was even uit het veld geslagen. "Fier? Van mij geleerd?" ze keek mij beduusd aan. "Gijlie waart toch bij de Witte brigade enzo, nietwaar?". "Ah? Zo? De witte brigade... Ja, ja, dat heeft hij wel gehoord... Enzo... Ja, nee, dan is't wel goed... Ik wilde vragen of u suiker in uwen kouden thee wilt... Hij is bijna gereed... Maar toch wil ik hem dat niet horen roepen, en de vensters staan open ook nog, wat moeten de buren dan wel niet denken?" Meneer Fisher lachte. "Ja, ook dat nog. haha. Trekt u daar maar niks van aan zenne, ze weten dat ik hier zijn. Maar laat ons nu maar want we waren juist op weg naar interessante vragen."
"Laat eens zien'" zei hij terwijl hij even een WP uit de rij haalde en doorbladerde. Hij glimlachte terwijl hij snel iets doorkeek, het boek terugzette en een ander uit de rij haalde. Met getuite lippen overzag hij weer een paar bladzijden, knikte en schudde zijn hoofd om dan weer met een "hum-hum, ja" een bedenkelijk gezicht te trekken en weer te knikken. Net toen ik wilde vragen wat hij daar las, kwam moeder met de thee binnen. Hij klapte het boek dicht, zette het terug, en kwam bij ons staan. "Ziet madame, dat gaat deugd doen met die hitte." Hij nam een paar slokken en informeerde "Darjeeling?" Moeder keek hem niet begrijpend aan, en ik antwoordde: "Nee, pickwick Ceylon. Ik heb eens Darjeeling meegebracht en die moest ze niet hebben." Nu was het moeder duidelijk. Meneer Fisher dronk zijn glas leeg en zei: "Oi? Verdekke, is het nu al zó laat ineens? Ja, dan moet ik er toch mee weg zijn, en met dat schoon weer is't zonde voor Danny om nu binnen te zitten. Mag ik de huishuur van u madame, dan schrijf ik de reçu uit." zei hij terwijl hij zijn pen en kwitantieboekje te voorschijn haalde. Moeder liep terug naar de keuken waar het geld was gebleven en hij scheurde achter uit het boekje een kwitantiebriefje waarop hij snel een paar woorden schreef, het dubbelvouwde en snel in mijn hemdzakje stopte. "Voor later vanavond of zo," zei hij met een knipoog, " en dat eerste over vroeger moet ge niet allemaal lezen over heel lang geleden, dat moet gij later maar eens doen. Eens zien, een, twee...en dat is 1100, heel juist! En hier is uwe reçu. Alez, madame De Leeuw, tot ziens en merci voor de kouwe thee! Die was heel goed. En Danny, als ge van de week nog iets wilt vragen en nazien, dan vraagt ge het maar hè." Hij liet zich voorgaan richting voordeur, gat nog een knipoog, en op de drempel verzekerde hij mijn moeder: "U moogt fier zijn op uwen zoon zenne!". Ik hoorde haar half fluisterend vragen : "Maar wat hebt u hem nu van alles verteld, over euh, .... van daarstraks?" Hij antwoordde: "Nikske madam, ik vertel hem niks van alles. Hij gaat dat zelf wel uitvinden. En als er bij hem vragen opkomen, en dat zal wel, dan zal hij het mij wel komen vragen. Alles op zijnen tijd. Zijt maar niet ongerust! Allez, dada hè, tot ziens."
Even later kwam moeder de kamer binnen, enigszins aarzelend. Ze besloot af te ruimen en vroeg tussen neus en lippen door: "Wat heeft meneer Fisher nu verteld eigenlijk?". Ik antwoordde hoofdschuddend: "Hij heeft niks verteld, alleen maar vragen gesteld over wat ik van den oorlog wist." "Ja, ja, ik weet het, ik dat gehoord, maar ik wil dat soort dingen niet meer in mijn huis horen!" zei ze geïrriteerd terwijl ze ons nog een glas inschonk." We schrokken allebei toen vader plots in de kamer stond "Wat is hier gebeurt? De deur stond open en meneer Fisher kwam ik op den trap tegen." Moeder nam de glazen en liep naar de keuken zeggende dat meneer Fisher de huur kwam halen en dat ik een paar ambetante vragen had. Hij keek mij aan, ik haalde mijn schouders op, nee schuddend, waarop hij een veelbetekenend "Ah zo...." verzuchte en een scheve mond trok, zoals altijd als hij vond dat die van ons weer aan het zeveren was.
Ik zette de radio aan en haalde het briefje uit mijn borstzakje. Er stond: Jodendom -> vervolging. Bij de WP aangekomen hoorde ik vader roepen of ik zin had om te gaan zwemmen. Yes! Ik stopte het briefje in het boek uitstekend mezelf afvragend waarom ik zelf niet op het idee gekomen was om onder Joden of Joods geloof of zo te gaan kijken. Ja, ik kan niet overal aan denken natuurlijk. Maar vervolging? Nu was ik wel nieuwsgierig geworden, vervolging. Zou dat dan iets met die getatoeëerde nummers te maken hebben?
(wordt vervolgt) first draft 26 april 2012.
Er was sinds de eerste kennismaking met meneer Fisher gelijk iets hechts ontstaan. Niet dat ik wekelijks op visite kwam of dat hij met mij als surrogaat grootvader-kleinzoon relatie uitstapjes met me deed of zo, maar het was geheel vrijblijvend een soort mentorschap.
Hij heeft mij in bepaald opzicht leren denken over "wat er zoal gezegd, gedacht en beweerd" wordt. En, voor zover ik mij herinner, hij heeft mij nooit of te nimmer iets voorgezegd, aangeleerd of zijn waarheid verkondigd. Behalve één ding: het land van god was een illegale bezetting. en als het woord "Israël" viel, was het direct : "Bezet Palestina dus!" Tegen mij zei het het vriendelijk interrumperende, tegen zijn klein dochters op barse toon waarop de twee gegarandeerd hun keel opentrokken. Toen de twee in 66 inderdaad 2 weken naar een kibboets gingen zei hij snerend: " Spijtig dat er geen nieuwe oorlog aan zit te komen, hadden ze kunnen oefenen als sirenes!"
Als elfjarige curieuzeneus zoals een nieuwsgierige jongen in Antwerpen heet, viel ik met mijn nieuwsgierige neus in de boter om het zo te stellen. Maar na onze kennismaking was hij behalve huisbaas ook een soort mentor geworden die niet de antwoorden op mijn vragen gaf maar via tegenvragen en hints mij naar mijn Winklers Prins Encyclopedie verwees en, de volgende keer als het ware overhorende weer verder hielp. Tussen bijna uitsluitend overlevenden van Auschwitz-Birkenau, Sobibor en Treblinka, was het mij die eerste zomer toen iedereen met opgestroopte mouwen rondliep, opgevallen dat al die joden een nummer op hun linker onderarm hadden. Maar toen op een hete juni dag meneer Fisher de huur kwam ophalen, zag ik dat hij géén nummer had. "Tiens?" dacht ik, "das toch raar, hij heeft genen nummero ???"
Inmiddels was het via zijn dochter die onder ons woonde, al doorverteld dat Pa eerst bij hun informeerde of Dannyke wel thuis was voor hij verder naar boven ging. En zo gebeurde het dat hij de hele namiddag bij haar bleef om telkens als de voordeur ging en er voetstappen op de trap klonken te informeren: Is'em dat? Maar ook als hij geen huur kwam ophalen, wilde hij op woensdag rond twaalf uur in de keuken "op post zijn" tot ik binnen was en "mijnen velo ging gareren" om dan naar beneden te gaan en mij toevallig in de gang of op de trap te treffen. En dan was het altijd iets in de zin van: "Ah, Danny manneke, wat toevallig. Ik wou u just vragen wat dat ge nu in de WP uitgevonden hebt." Het feit dat ik klaarblijkelijk e.e.a. opgezocht had was genoeg. Dan verontschuldigde hij zich dat hij eigenlijk nogal gepresseerd was, maar als ik nog iets te vragen had, moest ik het maar laten weten.
Maar het eigenlijke verhaal dat alles in gang zette was na de bewondering voor mijn Winklers Prins en madame Fisher's jeugdaspiraties voor theater, dus mijn vraag over die nummer tatoeages. Het ging als volgt:
De vraag die ik had toen ik bij de Fishers op bezoek was geweest was ik kort daarop vergeten. Als 11-jarige gaan er zoveel dingen door je hoofd, en toevallig zat ik dat weekend daarop in Oostende bij de Van Gelder's in de "Splendid's" waar ik als peuter al geregeld bij logeerde. Maar op een hete zomerdag, weken later, stond meneer Fisher voor de deur. "Ah Dannyke, hoe is het? Ja, is uw moeder thuis, 't is voor de huur hè." Ja, dat wist ik wel. Moeder liet mij de deur openen terwijl zij het geld ging pakken. Net toen moeder achter mij verscheen, vroeg ik: "Zeg meneer Fisher, ik heb u al een tijdje iets willen vragen! " terwijl ik achter mijn oor krapte. "Aha! Allez, vraagt dan maar hè!" zei hij bijna in zijn handen wrijvend. Moeder informeerde nog snel of hij niet gepresseerd was, het welk hij eigenlijk wel was, maar niet voor vragen van Danny. " wel meneer Fisher, als u ook een jood zijt, waarom hebt u dan genen numero op uwen arm?" Moeder liet verschrikt het geld vallen, riep : "Maar Danny! Wat vraagde gij nu???" en begon zich haastig stamelend te verontschuldigen terwijl ze het bundeltje briefjes van honderd frank opraapte en mij vervolgens en tik op mijn hoofd verkocht: "Waar haalde gij dàt nu uit!" Ik schrok me wezenloos! Zó had ik mijn moeder nog niet eerder meegemaakt. Maar meneer Fisher had geen krimp gegeven en begon moeder gerust te stellen. "Nee madam, das helemaal niet erg! Nee, nee, dat is ook niet frank en ook niet onbeleefd! Ah ja, da's zekers dat hij maar elf is! Ja, voilà, ge zegt het zelf al: hem valt van alles op en da's geen curiezeneuzerij maar opmerkzaamheid! Allez, als ik binnen mag komen zal ik het eens expliceren in zijn kamer, trekt u maar niks aan, 't is allemaal goed. We liepen naar mijn kamer ik in een drafje, om onze twee stoelen klaar te zetten, en moeder handenwringend achter meneer Fisher aan.
Hij kwam de kamer in, liep naar de boekenkast en keek met schuin hoofd de rij boven de Winkler Prins na. Hij haalde er een pocketboek uit en draaide zich om terwijl hij de achterkant inspecteerde. "Da's nieuw zien ik," zei hij met een oog de kamer rondkijkend en moeder observeerde die in de deuropening stond en nog steeds handenwringend der hoofd schudde. "zeg madam De Leeuw, hebt u het ook niet zo warm? Ik heb wel een beetje dorst eigenlijk" vervolgde hij terwijl hij de achterkant van Daan Zonderland's "Professor Zegellak en zijn koekoek" uitlas. Nee, ze had geen koude thee klaar staan. Ze kon het wel gaan maken, maar ja dat duurt wel even..."Och madam, ik zijn nog lange niet weg zenne, gaat maar gerust naar de keuken. Wij hebben al den tijd, nietwaar Dannyke?" zei hij met opgetrokken wenkbrauw, "Of moet gij ergens naartoe misschienst?". Ik vond het eigenlijk wel spannend worden. Het leek alsof hij moeder de kamer de kamer uit wilde hebben?! Hij kwam tegenover mij zitten nadat hij het boekje teruggezet had. "Hebt gij dat boek al uitgelezen? Ja? En was't plezant?" vroeg hij lachend, terwijl hij een zakdoek te voorschijn haalde om het zweet wat af te deppen. Ja het was heel plezant en ook wel leerzaam geweest want er kwamen allemaal nieuwe woorden in voor zoals een fata morgana, "luchtspiegeling". Ja ik had het opgezocht en nagekeken in de WP maar ik snapte nog altijd niet hoe dat nou precies werkte. "Hij lachte weer en zei: "Sommige dingen zijn ook moeilijk uit te leggen en nog moeilijker om te begrijpen. Maar à pro-pos, wat weet gij eigenlijk van Joden af?" kwam er achteraan. Nu moest ik weer achter mijn oor krabben. Tja, niet zoveel eigenlijk. Maar ik hoorde wel dikwijls zeggen dat iets een jodenstreek was en dat goeie katholieken soms razend werden als ge "Jood!" tegen hen zei... Meneer Fisher lachte ronduit! "En, wat is dan een Jodenstreek volgens u?" Ja dat is het nou juist, ik snap het nog altijd niet, maar het was altijd iets vals of slecht of zo. "Aha, ja... Dat schijnt zo te zijn hè? Vinde gij Joden slechte mensen?" vroeg hij quasi spottend, "En wat zijn goeie Katholieken volgens u?" Op het eerste antwoordde ik beslist en hoofdschuddende van niet, maar er ging mij een lichtje op: "Ja, volgens ons ma zijn goeie Katholieken zwartzakken die aan het oost front zaten." zei ik lachend. Meneer Fisher tuitte zijn lippen, trok even aan zijn neus en vroeg, "En weet gij dan wat zwartzakken en het oostfront zijn?" Volgens ons ma dus goeie Katholieken, maar dat was een cirkelredenering! meneer Fisher keek verrast op: "Een cirkelredenering zegt gij?" Ja, zoiets gelijk als wat er het eerste was, het kieken of het ei. Dat was ik toevallig tegengekomen in de WP en zag gelijk dat ons ma dus een cirkelredenering had. Maar van die zwartzakken had ik al dikwijls gehoord in de verhalen die verteld werden over den oorlogstijd, dat waren de vijanden van de Witte Brigade, en daar zaten die van ons bij... ".
Meneer Fisher was een en al oor geworden. Geïnteresseerd begon hij mij te vragen wat ik dan wel of niet over de oorlog wist te vertellen. Oh, maar daar had ik al heel wat over gelezen in de WP! Maar niet alles hoor! Dat is zovéél met zoveel verwijzingen. Soms stonden er wel 10 verwijzingen in één kolom en zo raakte ik iedere keer weer ergens anders in terecht. Van de eerste oorlog tot de A-bom op Japan en van D-Day naar de Vliegende bommen die hier overal gevallen zijn. Over dat laatste heb ik alles gelezen en ik heb zelfs op een oud plan van Antwerpen overal aangekruist met een 1 of 2 waar ze gevallen zijn! "Alez gij? Echtig waar?" vroeg meneer Fisher, "laat eens zien!" Triomfantelijk haalde ik het plan uit de boekenkast dat meneer Fisher met bewondering bekeek. Over Duitsland? Ja natuurlijk, Hitler was de Führer geworden in 33 en heeft zelfmoord gepleegd in zijn bunker toen de Russen en de Amerikanen aan het winnen waren. En ze riepen altijd Sieg Heil! Net op dat moment kwam moeder de kamer binnen die gelijk weer zowat een appelflauwte kreeg. "Watte?! Wat roepte gij daar nu?!! Danny!!! Maar meneer Fisher, hij weet niet wat hij zegt zenne!" meneer Fisher stond op en zei: "Welnee madam! Hij weet juist heel goed wat hij zegt!" Moeder stamelde: "Maar dat wil ik niet in mijn huis horen zeggen. Nooit!" Hij nam geruststellend haar hand en verklaarde: "hij is aan het vertellen wat hij van den oorlog weet en hij weet er veel van, heel veel zelfs, u kunt fier op hem zijn! En hij heeft veel van u geleerd ook nog!" Moeder was even uit het veld geslagen. "Fier? Van mij geleerd?" ze keek mij beduusd aan. "Gijlie waart toch bij de Witte brigade enzo, nietwaar?". "Ah? Zo? De witte brigade... Ja, ja, dat heeft hij wel gehoord... Enzo... Ja, nee, dan is't wel goed... Ik wilde vragen of u suiker in uwen kouden thee wilt... Hij is bijna gereed... Maar toch wil ik hem dat niet horen roepen, en de vensters staan open ook nog, wat moeten de buren dan wel niet denken?" Meneer Fisher lachte. "Ja, ook dat nog. haha. Trekt u daar maar niks van aan zenne, ze weten dat ik hier zijn. Maar laat ons nu maar want we waren juist op weg naar interessante vragen."
"Laat eens zien'" zei hij terwijl hij even een WP uit de rij haalde en doorbladerde. Hij glimlachte terwijl hij snel iets doorkeek, het boek terugzette en een ander uit de rij haalde. Met getuite lippen overzag hij weer een paar bladzijden, knikte en schudde zijn hoofd om dan weer met een "hum-hum, ja" een bedenkelijk gezicht te trekken en weer te knikken. Net toen ik wilde vragen wat hij daar las, kwam moeder met de thee binnen. Hij klapte het boek dicht, zette het terug, en kwam bij ons staan. "Ziet madame, dat gaat deugd doen met die hitte." Hij nam een paar slokken en informeerde "Darjeeling?" Moeder keek hem niet begrijpend aan, en ik antwoordde: "Nee, pickwick Ceylon. Ik heb eens Darjeeling meegebracht en die moest ze niet hebben." Nu was het moeder duidelijk. Meneer Fisher dronk zijn glas leeg en zei: "Oi? Verdekke, is het nu al zó laat ineens? Ja, dan moet ik er toch mee weg zijn, en met dat schoon weer is't zonde voor Danny om nu binnen te zitten. Mag ik de huishuur van u madame, dan schrijf ik de reçu uit." zei hij terwijl hij zijn pen en kwitantieboekje te voorschijn haalde. Moeder liep terug naar de keuken waar het geld was gebleven en hij scheurde achter uit het boekje een kwitantiebriefje waarop hij snel een paar woorden schreef, het dubbelvouwde en snel in mijn hemdzakje stopte. "Voor later vanavond of zo," zei hij met een knipoog, " en dat eerste over vroeger moet ge niet allemaal lezen over heel lang geleden, dat moet gij later maar eens doen. Eens zien, een, twee...en dat is 1100, heel juist! En hier is uwe reçu. Alez, madame De Leeuw, tot ziens en merci voor de kouwe thee! Die was heel goed. En Danny, als ge van de week nog iets wilt vragen en nazien, dan vraagt ge het maar hè." Hij liet zich voorgaan richting voordeur, gat nog een knipoog, en op de drempel verzekerde hij mijn moeder: "U moogt fier zijn op uwen zoon zenne!". Ik hoorde haar half fluisterend vragen : "Maar wat hebt u hem nu van alles verteld, over euh, .... van daarstraks?" Hij antwoordde: "Nikske madam, ik vertel hem niks van alles. Hij gaat dat zelf wel uitvinden. En als er bij hem vragen opkomen, en dat zal wel, dan zal hij het mij wel komen vragen. Alles op zijnen tijd. Zijt maar niet ongerust! Allez, dada hè, tot ziens."
Even later kwam moeder de kamer binnen, enigszins aarzelend. Ze besloot af te ruimen en vroeg tussen neus en lippen door: "Wat heeft meneer Fisher nu verteld eigenlijk?". Ik antwoordde hoofdschuddend: "Hij heeft niks verteld, alleen maar vragen gesteld over wat ik van den oorlog wist." "Ja, ja, ik weet het, ik dat gehoord, maar ik wil dat soort dingen niet meer in mijn huis horen!" zei ze geïrriteerd terwijl ze ons nog een glas inschonk." We schrokken allebei toen vader plots in de kamer stond "Wat is hier gebeurt? De deur stond open en meneer Fisher kwam ik op den trap tegen." Moeder nam de glazen en liep naar de keuken zeggende dat meneer Fisher de huur kwam halen en dat ik een paar ambetante vragen had. Hij keek mij aan, ik haalde mijn schouders op, nee schuddend, waarop hij een veelbetekenend "Ah zo...." verzuchte en een scheve mond trok, zoals altijd als hij vond dat die van ons weer aan het zeveren was.
Ik zette de radio aan en haalde het briefje uit mijn borstzakje. Er stond: Jodendom -> vervolging. Bij de WP aangekomen hoorde ik vader roepen of ik zin had om te gaan zwemmen. Yes! Ik stopte het briefje in het boek uitstekend mezelf afvragend waarom ik zelf niet op het idee gekomen was om onder Joden of Joods geloof of zo te gaan kijken. Ja, ik kan niet overal aan denken natuurlijk. Maar vervolging? Nu was ik wel nieuwsgierig geworden, vervolging. Zou dat dan iets met die getatoeëerde nummers te maken hebben?
(wordt vervolgt) first draft 26 april 2012.
Abonneren op:
Posts (Atom)