vrijdag 19 september 2014

Garçon Nanke... (Vervolg, deel 2)

 Het begon die middag met het draaien voor de golf van Congo waarbij het schip steevast van stampen in rollen en weer in stampen over ging. En voor de service klonk het weer "toeeeet-toet-toet" gevolgd door het commando: "sluit de patrijspoorten!"  En hoewel mijn vader inmiddels een evenwichtskunstenaar op één been uitserveren geworden was werd hij letterlijk met alle anderen op de proef gesteld.  
Het gezelschap kwam den salon binnengestrompeld! Zó warm was het!  Er werd gewaaierd als in de Arena van Cordoba!  Maar "chouke" was haar Spaanse waaier kwijt en het was verzengend warm daar vlak voor den Congo.  De koude "soupe verte" zou bijna handwarm zijn en nee, er was wel een fantastisch fornuis maar de koeling trok destijds op niks! Tenminste, die van de keuken en het schip!  Douches waren er wel op het dek maar die werden met zeewater voorzien waardoor iedereen na zo'n stortbad helemaal wit uitsloeg en met het relatief warme zeewater gaf het ook geen verkoeling.  Maar de uitwisseling van transpiratiezout voor zeezout maakte het verblijf in de salon een stuk frisser wat geur betreft.  Tegenover de barones zaten 2 echtparen die - geloof het of niet - voor het inschepen op de kaai op de valreep een hele koffer met "echte eau-de-cologne", die 4711 hadden aangeschaft en er duidelijk van genoten en hun zakdoeken continu rijkelijk met het vocht drenkten en achter de oren en in de nek smeerden.  Nu was het uitserveren tussen en naast zwetende passagiers na een week soms geen pretje, maar die middag waande je je op het eerste verdiep van de Vaxeleire-Claes', het grootwarenhuis op de Meir, op een steenworp afstand van het imposante gebouw van de Compagnie Maritime Belge, waar ze geen 4711 verkochten zoals à L' Innovation, maar het véél goedkopere Hollandse "Boldot". En, daar rijkelijk mee rondsprenkelden, demonstreerden hoe je een linnenkastzakje moest gebruiken en als grootste lokker, je op zaterdagnamiddag ook je vinger in een grote fles mocht stoppen om het eclatante effect achter de oren te ervaren. 
   Het CMB, Vaxeleire en Innovation destijds.
 
Mijn vader heeft na die eerste bootreis een gruwelijke haat voor 4711 en Boldot gekregen, vooral na die middag.  Want alsof die 4 nog niet genoeg was, kregen de barones die haar waaier verloren had en den Titz die nog altijd last van kopfschmerzen had een flesje aangereikt om zichzelf te bedienen.  Zoals mijn vader beweerde, heeft de hele bediening leren onderwater zwemmen op het droge. Want, zoals eerder gezegt, zeker na een week in augustus, waren er passagiers die uren boven de wind stonken.  Pierreke sigaar zijn adem, haar en kleren roken gelijk de tabacspuuwpot naast de bar waar ook het sigarenstompje in belandde. Daar kwam nog bij dat hij altijd goed gezind was, telkens weer een korte witz had die hij stillekes moest vertellen - want der zijn vrouwen bij hé -  waardoor je wel bijna naast zijn mond moest luisteren en hij onbedaarlijk om zijn eigen gezwans moest lachen.  Bovendien had hij altijd zo'n bolknak in zijn mond die vaak uitgedoofd was en dan aangestoken moest worden omdat hij altijd weer zijn stekskes kwijt was.  Na het aansteken kreeg hij het lucifersdoosje altijd mee, maar een half uurtje later stond hij met gedoofde sigaar in zijnen teut weer te mompelen van "maar allez, hoe is dat nu toch mogelijk, ik heb ze toch...nee, hier zitten ze ook niet" terwijl hij alle zakken liep af te tasten. Toeval of achteraf bedacht, onder de bemanning ging de grap dat als ze den boot zouden willen torpederen, ze dan op zijn hut aan stuurboord moesten mikken. "Dat zou nen "feu d'artifice" geven die tot ver in de Congo zouden horen en zien."  Het klinkt misschien onwaarschijnlijk dat er tijdens het interbellum in 1930 over torpederen gegrapt zou worden, maar sommige bemanningsleden haden de torpedering van de CMBC Alberville in 1915 overleefd.  
En, hoe ironisch ook, het is géén verzinsel, de Leopolville V is daadwerkelijk, amper 14 jaar later, op weg als geallieerd troepen/transportschip in dec 1944 door een U-boot bij Frankrijk getorpedeerd en met een enorme ontploffing de dieperik in gegaan!  Doordat mijn vader alles altijd heel theatraal kon vertellen dacht ik altijd dat hij die torpedering had verzonnen tot ik een paar jaar geleden met de sloop van het colossale CMB  gebouw op internet naar foto's ging zoeken en verdomd, het stond er de torpedering van 1915 en van 1944!  (Het is allemaal met Google te vinden!)
"Maar soit, dat terzijde," (zei mijn vader altijd!) iedereen zat aan tafel en de eau-de-cologne dampen vulden de salon:
Het schip begon wel iets te stampen, maar dat mocht geen naam hebben, en juist toen d'equipe met de soepterrines hoog boven het hoofd de salon betraden klonk het : "Oooh.. 'k weur hier nie guuuu...." Jawel, onze Ghaanteneer achter de rug van de barones werd weer misselijk maar bleef in zijn stoel zitten. Geheel volgens de instructies werden de soepterrines aan het eind van de tafel neergezet en liepen Stan en Nanke naar de zieke Ghaanteneer om "polshoogte" te nemen.  De barones had zich half omgedraaid en porde Jules aan om die "mouchoirs" van Den Titz door te geven want Alphonse zat met zijn kopf in zijn handen voorovergebogen de whisky van vorige nacht nog te verwerken.  En terwijl de Stan en Nanke de Ghaanteneer vroegen of ze hem niet beter naar zijn hut konden laten brengen, stond de barones op, goot zowat het halve flesje 4711 over de twee zakdoeken en riep: "Hier c'est, dat zal u goed doen!" en sloeg de zakdoeken voor de Ghaanteneer zijne kop. "ça va faire du bien!" zei ze overtuigd.  Stan en Nanke weken opzij om de in de ogen en neus brandende 4711 dampen te ontwijken... De Ghaanteneer sprong op, wilde verblind van de 4711 zijn servet pakken en in die paar seconden kwam de eerste golf vanuit zijn maag zijn mond in. Hij kneep zijn lippen dicht, gebaarde heftig spartelend, net toen het schip - kleine - rolbewegingen maakte.  Hij deed een stap achteruit, viel achterover in de stoel die achteruitschuivend een dominoeffect met de barones veroorzaakte die op haar beurt met der kont op het - gelukkig nog ledige - soeptalloor en fourchette (vork) belande; ze slaakte een kreet; hij wilde uit de stoel opstaan met behulp van Stan en Nanke die tegelijk ook de barones wilden bijstaan toen het schip meehielp door om te rollen: de barones gleed van de tafel, botste tegen de Ghaanteneer die in omgekeerd dominoeffech voorover dook, met dichtgeperste lippen over te rafelrand viel en een straal "vonitage" produceerde waarmee je een scheepsbrand zou kunnen blussen en de overtafelgenoot - mede geholpen door de rolbeweging - zowat achterover uit zijn stoel spoog. Maar die rolbewegingen gaan meestal door; en toen ook! Jules en de rechter buurman van de barones hadden, om haar te helpen,  haar stoel - omgedraaid - achter haar geschoven waar ze beduusd in neergevallen was en "mon dieu, mon dieu" prevelend bijna van hare "tout entier" zou vallen; was met behulp van de rolbeweging en slappe benen ondanks Stan en Nanke die hem bij de armen hielden, onze Ghaanteneer op het punt om op de schoot van de barones te belanden.  Maar die zag het al aankomen! "Ah non hé!" Zei ze terwijl de de Ghaanteneer in zijn rug terugduwde.... Maar ondertussen was het pandemonium aan zijn tafel kompleet: zijn overtafelgenoot had inmiddels het tafellaken gegrepen om zich af te vegen waardoor al het servies, de glazen, het bestek, heel den battaclan met veel lawaai op de vloer belandde of door de hele salon rolde.  Een man twee stoelen naast de Ghaanteneer pieste zowat in zijn broek van het lachen, vooral bij de aanblik van de volkomen verraste overtafelgenoot die voor hij het tafellaken naar zich toetrok op de tast zijn ondergespuugde bril uit zijn haar probeerde te vissen. Maar ook de disgenoten links en rechts hadden meegeprofiteerd van de enorme straal en kwamen daar pas seconden later achter waardoor er weer een domino effect in de vorm van een "wave" ontstond! De man gierde van de lach met tranen die over zijn wangen stroomden.  Hij probeerde zich te verontschuldigen maar dat veroorzaakte een hoestbui waarop hij ook opstond.  Ondertussen werd er geroepen dat de Ghaanteneer naar buiten geholpen moest worden wat Stan en Nanke al van plan waren en net toen de lachbek hoestend en wel opstond werd de Ghaanteneer een kwartslag gedraaid.  Hij hapte naar adem, voelde weer een maadsapgolf aankomen, kneep strak zijn lippen dicht, deed een stap opzij op mijn vader's schouder steunende en, om mijn vader te ontwijken, spoog seconden lang een ware nevel over de lachbek heen.
Afijn, dit hele pandemonium totdat de Ghanteneer in de Lavatoires Hommes de toiletpot omhelsde, gebeurde in nog geen minuut! Maar dat was niet het einde....
De kapitein was benedendeks in de salon aangekomen en met de chefkok en het bedienend personeel werd razendsnel op gedempte toon plan de campagne gemaakt!  De kok verzekerde dat de groenten al gaar waren, het vlees bij die temperatuur snel gebakken moest worden, ... kortom, er was haast geboden. Iedereen tot zelfs een machinist of stoker werd aan het werk gezet om de salon op te ruimen en de passagiers werden verzocht een luchtje te gaan scheppen, zich op te frisser en natuurlijk zo nodig zich te baden en om te kleden.  Met een noodgang werden de brokken en scherven opgeruimd, tafels afgenomen en weer opgedekt en binnen een half uur kon men weer in de salon plaatsnemen. Alvast de tafels van o.a. de barones, Titz, 4711 koppels en onze meneer sigaar die geen schade haden ondervonden.  Pierreke sigaar kwam als eerste - zijn zakken aftastend op zoek naar lucifers. - de salon binnen.  Met de gedoofde bolknak in zijn mond mompelde hij : "pffffffft.... Amaai zeg, dat stinkt hier een beetje..." en nadat zijn sigaar weer aangestoken was en de stekskes voorgoed in een broekzak verdwenen, mompelde Stan tegen mijn vader : "hier, ge moet horen wie het over stinken heeft!"  Daarop kwamen de disgenoten van de barones ook een voor een binnendruppelen om alvast plaats te nemen en een aperitiefje van de kapitein te gebruiken. Algauw werd er gespeculeerd wat die Ghaanteneer toch overkomen was.  Alphonse, den Titz, was net aangeschoven en meende het wel te weten! Hij had nog meer koppijn gekregen van die zogenaamde n° 4711 die volgens hem ordinaire quatsch was. Het deed hem eerder aan "Lisol" denken.   De 2 dames keken verontwaardigd op en vonden het "flauwe culle" maar hun echtgenoten vonden het helemaal niet zo een onzin. Immers, die straatverkoper was wel héél blij toen hij de hele doos voor een bagatelle verkocht had!  De barones liet zich op haar stoel uitzaken.  "Quelle scandale! Quel horreur!" mompelde ze voor zich uit.  Jules schrok op en vroeg aan chouke wat ze bedoelde terwijl hij den Titz aanstootte die juist een glas Dimple als aperitief aangereikt kreeg van mijn vader en de hele discussie na zijn opmerking niet gevold had.  De barones voelde zich zwaar beledigd dat zij kamelot aangeboden gekregen had en daarmee de Ghanteneer bijna vergiftigd had!  Waarop plots iedereen wilde weten hoe het met hem was.  Maar voor er antwoord kwam begon een van de 4411 heren te lachen. Ja, hij had goed kunnen zien hoe die straal over tafel vloog en hoe die lacher daarop de volle lading kreeg.... Daarop begon de hele tafel mee te lachen. Zelfs de barones zag het weer gebeuren dat de Ghaanteneer bijna op haar schoot plofte en zij hem had afgeduwd waarop hij de lacher effenaf tot in die zijnen neus volgesproeid had!  Ook mijn vader die juist de laatste aperitiefjes van de tafel geserveerd had hield het niet meer. De barones klampte hem aan en vroeg: "Fernand, Nanke, hebde' gij da oek gezien eigenlijk?" Vroeg ze lachende in wederom plat Aantwaarps.  Ja, dat kon niet anders, hij stond er nog geen meter vandaan met de Ghaanteneer leunend op zijn schouder.  En toen hij begon te spuuwen had hij in een reflex zich achter de Ghaanteneer verscholen waardoor hij buiten schot gebleven was maar die seconde lader zag hij het resultaat en het vertrokken gezicht van de lachbek.  Toen mijn vader dat imiteerde lag iedereen in de lachkramp en zelfs den Titz was zijn kopfschmerzen vergeten en deed ook nog een duit in het zakje waarop zelfs Stan die de rampentafel aan het dekken was en normaal gesproken alleen sarcastisch was over jan en alleman bulderend van de lach toevoegde: "wisten jullie dat er iemand van die tafel zelfs zijn valse tanden verloren heeft? Hier c'est, der hebt ge het!" en klapte met zijn hand op tafel, wachtte een paar seconden tot iedereen met ingehouden adem toekeek en trok dan bliksemsnel zijn hand weg.  Verdomd, daar lag een ondergebit!  Iedereen stond op, reikhalzend om te kijken en stomverbaasd te vragen van wie dat toch kon zijn??? Nee, de Ghaantenaar had beslist géén valse tanden wist iedereen te beamen! "Umpf, neu, 'k zijn abuis, da zijn die van mij!" zei Stan terwijl hij snel zijn gebit weer instak.  Nu barstte er echt een lachsalvo los!  Dat was straf! Hij had iedereen, maar dan ook iedereen fameus bij zijn kloten genomen! Zelfs Pierreke liet voor het eerst - en hij was de witzenmaker die altijd moest lachen om zijn eigen moppen - zijn sigaar uit zjne mond vallen!  Ook dat was niet onopgemerkt gebleven waardoor er nog meer gelachen en gewezen werd toen hij niet naar stekskes maar zijn sigaar zocht!  De barones had het niet meer en Jules depte de tranen op die van haar kin in har decoleté dropen.  "Ooooh, qu'il fait chaud ici!" Riep ze schaterend uit. "Awel, doet er wat eau-de-Lisol op, dat zal u deugd doen!" werd er geroen toen plots de kapitein die blijkbaar al even binnen stond riep: "smakelijk gelag hier ineens!?"  Mijn vader schrok en liep naar hem toe terwijl het gelach deels opdroogde. Hij wilde zich verontschuldigen maar de kapitein gaf een vette knipoog en siste: "heeft de Stan zijn tanden weer laten zien?" om daarop zelf ook te lachen.
Op dat ogenblik ging de deur open en kwamen er proper gewassen en omgeklede passagiers binnen met uitgestreken gezichten.  De kapitein riep: "Apertives pour tous! En voor straks bon appétit!" en verontschuldigde zich.  Een van de proper gewassen passagiers zei vlak: "Dat stinkt hier!" waarop Pierreke sigaar repliceerde: "Voilà! Dat zei daarstraks ook al!" en de barones aanvulde: "Et Il fait chaud ici!"  De sigaar en n°4711 riepen tegelijk: "Efkes de vensters open zetten!" En terwijl ze dat ok deden kwamen mijn vader, de Stan en de twee anderen binnen. "Oei-oei! Dat màg niet, da's gevaarlijk!" riepen ze alle vier. "Allez bon, efkes dan." Zei mijn vader die die dag verantwoordelijk was voor het afsluiten van de patrijspoorten.  En toen ze de aperitiekes moesten gaan ophalen zou sigarreke - zoals hij door de bemanning genoemd werd - de patrijspoorten wel sluiten.
Ondertussen had de Ghaanteneer en zijn onvrijwillige slachtoffers afgezegd en werd de hele tafel maar afgeserveerd. Stan was druk in de weer om die tafel weer proper te krijgen, de ambiance was weer normaal, er werd niet meer hard gelachen, maar de hitte nam weer toe. De barones die zonder haar waaier het bijna smeltpunt bereikte ging onderuitgezakt in haar stoel achterover leunen terwijl den Titz na 2 Dimple whisky's weer Gans dabei war en geanimeerd met Jules in gesprek ging.  Alles leek als vanouds - behalve de hitte en toch een zurig geurtje dat er rond waarde - en de soep zou wederom geserveerd worden.  Maar de echte soep van deze klucht moest nog komen! 

(Einde deel 2. Word vervolgt!)

Geschreven (unedited!) 18 sept. 2014

P.s.:  dit verhaal is gebaseerd op echte, zelfs historische feiten en gebeurtenissen!   Alleen de namen  Fernand/Nanke De Leeuw en Stan (en natuurlijk de CMB,  Leopoldsville 5, Vaxelaire, Boldot, °4711 etc.)  zijn waar.  In werkelijkheid was het niet één verhaal maar waren het verhalen uit 3 vaarten tussen Antwerpen en Leopoldsville v.v. en zijn de verschillende personages teruggebracht tot de door mij omschreven en verzonnen protagonisten. :) maar jawel, bijv. het 3-tal "den Titz - Jules - barones" hebben weldegelijk bestaan al heb ik hen de rol van anderen toegeschreven.  :)

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten